Heup

Anatomie

 Om een aandoening van het heupgewricht goed te begrijpen is het belangrijk om te weten hoe een normaal heupgewricht is opgebouwd. Verschillende termen en structuren die hieronder beschreven staan zullen bij de onderdelen symptomen/klachten en aandoeningen terugkomen. Een gewricht is een plaats in het menselijke lichaam waar 2 boteindes samen komen en waar beweging kan plaatsvinden. Het heupgewricht wordt omschreven als een kogelgewricht dat wordt opgebouwd door de ronde kop van het bovenbeen (heupkop of caput femoris) en de heupkom (het acetabulum) dat deel uit maakt van het bekken. Het heupgewricht is opgebouwd uit verschillende lagen om zo tot een stabiel en functioneel gewricht te komen.  De diepste laag omvat de botstructuren met enerzijds de bolvormige heupkop (caput femoris) van het bovenbeen (femur) en anderzijds de heupkom (acetabulum). De heupkop en -kom zijn bedekt met een kraakbeenlaag waardoor ze soepel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen en schokken opvangen. Rondom de heupkom zit het labrum. Deze structuur creëert een extra diepte van de heupkom. De heupkop is verbonden met de rest van het bovenbeen via een korte nek met op het uiteinde een botuitsteeksel (de grote trochanter) waaraan verschillende belangrijke spieren vasthechten. De grote trochanter is het bot dat men kan voelen aan de zijkant van het bovenbeen. De volgende laag bestaat uit het heupkapsel dat het gewricht omgeeft en de ligamenten die voor de stabiliteit van het gewricht zorgen. Zij verbinden de heupkom met het bovenbeen.

Pezen zijn structuren die spieren met het bot verbinden en zo beweging toestaan. Aan de buitenzijde van het bovenbeen ligt de tensor fascia lata met als uitloper de iliotibiale band. Aan de achterzijde vormen de drie gluteus-spieren de bil en zorgen ze voor zijwaartse (abductie – weg van het lichaam) en achterwaartse (extensie of strek) beweging. Verder stabiliseren ze het bekken bij wandelen. Manken kan een gevolg zijn van schade (ontsteking of scheur) van deze spieren. Aan de binnenzijde bevinden zich de adductoren, dewelke het been zijwaarts naar binnen verplaatsen. De iliopsoas en de rectus femoris zijn 2 spieren die ervoor zorgen dat we ons been kunnen opheffen (flexie of buigen).  Verder zijn er nog de exorotatoren die vanuit het bekken naar de achterzijde van het bovenbeen lopen en zorgen voor een uitwendige rotatie van het been (het naar buiten draaien van de knie en voet) en een belangrijke rol spelen bij de dynamische stabilisatie van het heupgewricht. Tenslotte bevinden zich aan de achterzijde nog de hamstrings die een bijdrage leveren bij het strekken van het been samen met de gluteus-spieren. Alle zenuwen tussen de wervelkolom en het onderste lidmaat lopen langs het heupgewricht. De drie belangrijkste zijn de nervus femoralis die aan de voorzijde van het bovenbeen loopt, de nervus obturatorius aan de binnenzijde en de nervus ischiadicus die aan de achterzijde loopt.  De zenuwen zijn verantwoordelijk voor het aansturen van de spieren en de informatie aan de hersenen omtrent gevoel, oriëntatie in de ruimte en pijn. Tenslotte zijn er nog twee belangrijke slijmbeurzen (bursa); de bursa trochanterica  en de iliopsoas bursa. Deze slijmbeurzen bevinden zich waar er wrijving tussen bot en pezen plaatsvindt. Een bursa heeft als functie om wrijving tussen beide structuren te verminderen. Bij ontsteking geven deze structuren aanleiding tot pijn.

Video: anatomie heup

Klachten

Pijn rondom het heupgewricht kan verschillende oorzaken hebben. Er kan gerefereerde of uitstralingspijn aanwezig zijn afkomstig van de onderrug, van spieren en slijmbeurzen rondom het heupgewricht of de pijn is afkomstig uit het heupgewricht zelf.

Uw arts zal uw volgende zaken navragen:

  • de duur van de pijn,
  • hoe is ze begonnen,
  • is er nachtelijke pijn of pijn bij rusten
  • neemt de pijn toe bij belasten
  • is de wandelafstand afgenomen
  • kan men nog vlot rechtkomen uit een lage stoel of uit de wagen
  • straalt de pijn uit tot onder de knie.

Liespijn kan afkomstig zijn uit het heupgewricht.

Pijn aan de buitenzijde van het bovenbeen kan verschillende oorzaken hebben. Er dient dan ook te worden nagegaan of de pijn afkomstig is uit het heupgewricht, ontstaan is ten gevolge van spier/pees of slijmbeurs aandoeningen of zijn oorsprong vindt in de onderrug. Uw arts zal dit doen aan de hand van een klinisch onderzoek en een aantal technische onderzoeken.

Paresthesieen of tintelingen in het been zijn in een meerderheid van de gevallen te wijten aan problemen ter hoogte van de onderrug. Ook pijn die uitstraalt tot onder de knie vindt meestal zijn oorsprong in de onderrug.

Bewegingsbeperking van het heupgewricht uit zich in een verminderde wandelafstand,  moeilijker in- en uit een lage stoel of de wagen komen en problemen ondervinden bij het aantrekken van kousen en schoenen. Deze klachten vinden vaak hun oorsprong in artrose (slijtage) van het heupgewricht.

Manken kan ten gevolge van slijtage van het heupgewricht ontstaan of ten gevolge van een ontsteking of scheur van de bil spieren.

Een pijnlijke, hoorbare of zichtbare klik ontstaat in de meerderheid van de gevallen ten gevolge van een pees die verspringt over een botuitsteeksel. Het ‘klikken’ komt vaak voor bij beweging en kan soms worden uitgelokt. Het is belangrijk dat u goed kan aangeven wanneer, waar (in de lies of ter hoogte van de buitenzijde van het bovenbeen) en bij welke bewegingen U last ondervindt.

 

 

Heupfractuur

 Een heupfractuur of een breuk van het bovenste deel van het dijbeen ontstaat typisch na een val of ten gevolge van een hoge impact op het bovenbeen. Een hoge impact, zoals bij een verkeersongeval, komt meestal voor bij jongere personen. Bij mensen met osteoporose kan er reeds een breuk ontstaan ten gevolge van een simpele val. Osteoporose of botontkalking komt typische voor bij ouderen. De aanwezigheid van osteoporose wordt nagegaan door middel van een botdensitometrie en kan behandeld worden. Uw huisarts kan U hierin begeleiden. Bij heupfracturen wordt een onderscheid gemaakt naargelang de plaats van de breuk. Er kunnen 2 grote groepen worden onderscheiden. Daarnaast bestaan er nog verschillende types van fracturen van het bovenbeen zelf. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen breuken die binnen het heupkapsel plaatsvinden (de subcapitale of transcervicale fracturen en fracturen die zich net buiten het heupkapsel bevinden (de pertrochantaire en de subtrochantaire fracturen). Een heupfractuur dient quasi altijd operatief te worden behandeld.

 

Behandeling van Heupfractuur
De behandeling van een heupfractuur is afhankelijk van de lokalisatie van de fractuur. Een breuk binnenin het gewrichtskapsel (subcapitale of transcervicale fractuur (1)) wordt behandeld met een schroefosteosynthese (plaatsen van 3 schroeven) of met een heupprothese. Een osteosynthese kan enkel plaatsvinden bij jonge patiënten met een niet verplaatste fractuur.  In alle andere gevallen is een heup prothese aangewezen. Bij een breuk buiten het gewrichtskapsel (pertrochantaire(2) of subtrochantaire(3) breuk) wordt geopteerd voor een plaat-en-schroef osteosynthese of een intramedullaire nagel. Het herstel van een heupfractuur is een lang proces waarbij veel inzet van de patiënt wordt gevergd. De totale genezingsduur is moeilijk op voorhand in te schatten aangezien die sterk afhankelijk is van de algemene conditie. Meestal neemt het genezingsproces een drie tot vier maand in beslag gevolgd door nog een zestal maanden waarbij de kracht dient te worden herwonnen.  Tijdens de hospitalisatie wordt dan ook individueel nagekeken hoe deze nazorg kan geoptimaliseerd worden.

Avasculaire Necrose

 Avasculaire necrose van de heupkop ontstaat wanneer de bloedvoorziening van de heupkop (A) in gedrang komt. Hierdoor sterft het bot af (B) waardoor het zijn dragende structuur voor het kraakbeen verliest en de heupkop in elkaar zakt (C). Er zijn verschillende oorzaken die kunnen aanleiding geven tot deze aandoening. Als traumatische oorzaken zijn heupluxaties en fracturen binnenin het heupkapsel de voornaamste. Daarnaast is het langdurig gebruik van hoge dosissen cortisone in het kader van de behandeling van astma, reumatoide arthritis en andere aandoeningen een risico. Meestal komt deze ziekte voor tussen de leeftijd van 40 tot 60j. De meest voorkomende klacht is initieel liespijn met nadien toenemende bewegingsbeperking. De diagnose wordt gesteld na klinische onderzoek, röntgen foto’s en vaak ook een MR onderzoek. De duur van de aandoening varieert van enkele maanden tot langer dan 1 jaar.

Behandeling

Avasculaire necrose wordt in het begin stadium conservatief behandeld met pijnmedicatie en ontlasten van het gewricht door middel van krukken. Het doel is om het inzakken van de heupkop en de daarmee gepaarde kraakbeenschade te voorkomen. Eens de heupkop is ingezakt is het plaatsen van een totale heupprothese de meest succesvolle behandeling.

 

Heupdysplasie

 Heupdysplasie is het resultaat van een groeistoornis waarbij een onvoldoende bedekking van de heupkop door de heupkom heeft plaats gevonden. Hierdoor is het gewichtsdragend gedeelte van het heupgewricht kleiner dan bij de normale bevolking. Hierdoor ontstaat een relatieve overdruk waardoor een versnelde slijtage van het kraakbeen plaatsvind.  De klachten uiten zich door pijn in de lies of aan de buitenzijde van het bovenbeen uitgelokt door bruuske bewegingen of ontstaan tijdens of na het sporten.

Behandeling

Heupdysplasie kan in een vroeg stadium behandeld worden door een peri-acetabulaire osteotomie. Dit kan enkel indien er nog een goede bewegelijkheid is van het gewricht, is de heupkop niet is afgeplat en er nog geen tekenen van artrose zichtbaar zijn op een röntgen opname. Bij deze procedure wordt de heupkom losgemaakt van het bekken en rond de heupkop gedraaid en opnieuw vast gezet. Deze procedure wordt uitgevoerd de pijnklachten te verminderen, de druk op het kraakbeen beter te verdelen en zo vroegtijdige artrose tegen te gaan. Let wel dit is een ingrijpende procedure die een revalidatie van een 3 tot 6 maand vraagt. In een vergevorderd stadium, dit wil zeggen met aanwezigheid van uitgesproken artrose, is de eindbehandeling een totale heupprothese.

 

Gilmore Groin of Sportsmen Hernia

 Gilmore Groin of ook gekend als sportsmen-hernia of athletic pubalgia is een ziektebeeld die voorkomt bij professionele sporters of bij personen die intensief (meerdere uren per dag) sporten. De last wordt veroorzaakt door een verzwakking van de achterste buikwand spieren. Hierdoor wordt de opening van het lieskanaal groter en kan een hernia (uitstulping) ontstaan. De pijn ontstaat bij explosieve bewegingen  en komt vaak voor bij sporten waarbij vele korte explosieve bewegingen nodig zijn zoals voetballen, hockey, rugby, basket, … Deze aandoening presenteert zich met unilaterale liespijn die toeneemt door het sporten. Oefeningen waarbij de intra abdominale druk toeneemt, zoals bv sit-ups, kunnen de pijn doen toenemen. Deze aandoening komt meer voor bij mannen dan bij vrouwen.

Behandeling

De behandeling van een Gilmore groin of sportsmen hernia zal in eerste instantie starten met een conservatief beleid. Gedurende een 6-8 weken dient het sporten te worden gestaakt, kan een ontstekingsremmer worden ingenomen en dient er kinesitherapie te worden gevolgd. Bij de kinesitherapie dient vooral aandacht te worden besteed aan core-stability oefeningen, stabilisatie oefeningen van het bekken en algemene flexibiliteit training. Plotse explosieve draai bewegingen dienen te worden vermeden gedurende deze periode anders zal de herstel periode langer duren. Bij falen van de conservatieve aanpak kan een chirurgisch ingrijpen overwogen worden waarbij de verzwakte buikwand via een hernia operatie hersteld en verstevigd zal worden. Dit kan via een kijkoperatie of via een open ingreep.

 

Klikkende heup

 

Coxa saltans of snapping hip of een klikkende heup is een aandoening waarbij rond het heupgewricht een zichtbare of hoorbare klik kan geproduceerd worden. Er bestaan 2 soorten: een uitwendige klik en inwendige klik. Beide vormen kunnen met een pijnscheut gepaard gaan. Een uitwendig klik of external snapping hip (coxa saltans externa(1)) wordt veroorzaakt door het verspringen van het peesblad van de tensor fascia lata over de grote trochanter. Deze klik is vooral zichtbaar aan de buitenzijde van het bovenbeen. Vaak wordt dit gevoel omschreven als het gevoel dat ze hun heup kunnen luxeren (uit de kom halen) hoewel deze aandoening volledig losstaat van het heupgewricht. Een inwendige klik of internal snapping (coxa saltans interna (2)) is vooral hoorbaar en wordt veroorzaakt door het verspringen van de iliopsoaspees over een botuitsteeksel van het bekken of van de femurkop.  De last hierbij situeert zich in de lies.


Behandeling van Klikkende Heup
De behandeling van een snapping hip of klikkende heup is in de eerste plaats conservatief met veel aandacht voor kinesitherapie. Met uw kinesist wordt vooral aandacht geschonken aan het stretchen van de oorzakelijke spier, hetzij de tensor fascia lata, hetzij de iliopsoas.  Dit kan gecombineerd worden met een lokale infiltratie met een kleine hoeveelheid cortisone al dan niet onder echografie. Bij falen van de conservatieve behandeling kan een (kijk)operatie soelaas brengen. Bij external snapping hip wordt het peesblad van de tensor fascia lata ruitvormig ingesneden om de druk weg te nemen. Bij internal snapping wordt de pees van iliopsoas spier verlengd om de druk op te heffen.

 

Tendinopathie

Adductoren Tendinopathie

Adductoren tendinopathie is een ontsteking van een spiergroep die gelegen aan de binnenzijde van het bovenbeen. In de meeste gevallen is de adductor longus aangetast. Bij sporten zoals voetbal, rugby, hardlopen, hordelopen, hockey, … kunnen deze overbelast worden. Indien er dan niet correct wordt ingegrepen kan deze ontsteking chronisch worden waardoor finaal het beoefenen van sport niet meer zal lukken. De klachten bij deze aandoening zijn pijn aan de binnenzijde van het been, last bij stretchen, bij actief het been naar binnen bewegen en bij het trappen tegen een bal of explosief versnellen.

Gluteus Medius Tendinopathie

Gluteus medius tendinopathie is een ontsteking van een spier die zich uit door pijn aan de buitenzijde van het bovenbeen. Deze spier is de belangrijkste stabilisator van het heupgewricht bij stappen. Vaak is er hier een overlap aanwezig met een ontsteking van de slijmbeurs ter hoogte van de grote trochanter. De klachten zijn pijn bij liggen met vaak ook nachtelijke last, pijn bij lopen, manken en pijn bij het zijwaarts verplaatsen van het been.

Behandeling

De behandeling van een adductoren tendinopathie en gluteus medius tendinopathie begint met rust en de uitlokkende bewegingen te vermijden. Er zal eveneens kinesitherapie worden opgestart waarbij in een eerste fase gepoogd zal worden om de adductoren wat langer te maken door ze progressief te stretchen. In een tweede fase kunnen dan spierversterkende oefeningen worden opgestart via een oefenprogramma. Eenmalig kan een lokale infiltratie met corticosteroiden worden toegediend afhankelijk van de ernst van de ontsteking. Bij falen van bovenstaande maatregelen kan een operatief ingrijpen overwogen worden waarbij een selectieve release wordt uitgevoerd.

 

Bursitis

Bursitis of een ontsteking van de slijmbeurszakjes rond de heup is een vervelende aandoening die een lange behandelingsduur vraagt. De 2 meest frequente getroffen slijmbeurzen rond de heup zijn die ter hoogte van de grote trochanter en de iliopsoas bursa. Een ontsteking uit zich door pijn, initieel een lokale pijn maar in een later stadium van de aandoening kan deze uitstralen naar het bovenbeen. Liggen op de aangetaste zijde is moeilijk bij trochanter bursitis en heffen van het been veroorzaakt liespijn bij iliopsoas bursitis. Vaak is de pijn ’s nachts meer uitgesproken. Er zijn verschillende oorzaken waardoor een bursa kan ontsteken. De meest voorkomende is een ontsteking ten gevolge van herhaaldelijke bewegingen waardoor een overbelasting ontstaat. Verder kunnen aandoeningen die het gangpatroon beïnvloeden zoals bijvoorbeeld een beenlengteverschil deze aandoening veroorzaken. Voorgaande chirurgie en verkalkingen in de spieren kunnen een slijmbeurs irriteren. Reumatische aandoeningen zoals reumatoïde artritis hebben ook een verhoogd risico. Uw arts zal zijn diagnose baseren op basis van uw klachten, zijn klinisch onderzoek en een röntgen foto om andere aandoeningen uit te sluiten. Bij twijfel zal uw arts nog een bijkomende echo of MRI aanvragen.


Behandeling
De behandeling van een bursitis verloopt in de meeste gevallen conservatief. Er wordt gestart met een ontstekingsremmer indien er geen contra-indicaties bestaan. Rust en het vermijden van uitlokkende bewegingen en activiteiten die de pijn verergeren zullen ook beterschap brengen. Afhankelijk van de graad van klachten kunnen zelfs tijdelijk een paar krukken nodig zijn. Het lokaal aanbrengen van ijs kan de ontstekingspijn milderen. Indien deze maatregelen onvoldoende blijken zal een lokale infiltratie met cortisone samen met een kleine hoeveelheid lokale anesthesie toegediend worden in de consultatie ruimte. Enkel bij falen van deze behandelingen kan een operatie overwogen worden waarbij de slijmbeurs wordt weggenomen.

 

Heupprothese

Artrose of slijtage van het heupgewricht is het gevolg van een verlies aan kraakbeen ter hoogte van de heupkom en de heupkop. Hierdoor ontstaat er progressief een ruw contact tussen het onderliggende bot van beide beenderen. Dit veroorzaakt pijn (meestal liespijn) en een ontsteking van het gewrichtskapsel. Het lichaam reageert met aanmaak van extra bot aan de rand van het gewricht (osteofyten) waardoor de beweeglijkheid achteruit gaat. Dit uit zich in een startstijfheid, een verminderde heupflexie, heupabductie en heuprotatie. Op een röntgen foto zijn de belangrijkste kenmerken van artrose naast deze osteofyten, cysten (holtes) in het bot net onder het gewricht en een vernauwing van de gewrichtsspleet. De slijtage van de gladde kraakbeenlaag van het gewricht is de voornaamste reden om over te gaan tot het plaatsen van een heupprothese. Er zijn verschillende oorzaken die aanleiding kunnen geven tot kraakbeenverlies. De meest voorkomende zijn ouderdom, reuma, een vroeger ongeval, avasculaire necrose, aangeboren heupdysplasie en femoro-acetabulair impingement.

De behandeling van artrose bestaat uit vier delen. Er wordt steeds gestart met een conservatief (zonder operatie) beleid waarbij pijnmedicatie een belangrijke rol speelt. Dit zal vaak reeds door uw huisarts opgestart zijn. Paracetamol is een goede pijnstiller die in de begin fase van artrose zeker zijn nut heeft. Bij opstoten van pijn kan een ontstekingsremmer (nsai) gedurende korte periode (2-3wk) soelaas brengen. Een NSAI mag niet langdurig worden genomen gezien het risico op maagzweren/bloedingen en schade aan de nieren. Glucosamine preparaten hebben geen bewezen algemeen effect, doch sommigen reageren hier zeer goed op. Ze kunnen zeker geen kwaad. Dit wordt vaak gecombineerd met kinesitherapie om het heupgewricht soepel te houden en spierversterkende oefeningen aan te leren. Bij jonge patiënten met matige tot milde tekenen van artrose kunnen infiltraties in het gewricht overwogen worden. Er wordt dan geopteerd voor een verdovingsmiddel en een kleine hoeveelheid cortisone, of voor een hyaluronzuur preparaat. De inspuiting in het gewricht gebeurt in de operatiezaal met een radiografische controle van de positie van de naald zodat men zeker is dat deze zich intra-articulair bevindt. Als voorgaande middelen niet meer helpen en de verstijving en de pijn toeneemt, is een nieuwe heup of een totale heup prothese (THP) de definitieve behandeling.  Meer informatie over de heup prothese en het leven met een heupprothese kan u in een aparte folder terug vinden.

 

Een kan heupprothese geplaatst worden om verschillende redenen met als voornaamste artrose of slijtage van het heupgewricht.

Er bestaan verschillende types protheses. Een eerste type is de gecementeerde heupprothese (1). Hierbij wordt beencement gebruikt als een vulmiddel om het implaat in het bot te fixeren. Een tweede type is de ongecementeerde heupprothese (2). Bij dit type zal het implantaat ingroeien in het bot. In sommige gevallen dient nog een bijkomende schroeffixatie plaats te vinden van de heupkom voor een extra stabilisatie. Bij dit type dient in de begin periode van de revalidatie het geopereerde been wat ontlast te worden door het gebruik van krukken. De twee voorgaande technieken kunnen ook met elkaar gecombineerd worden waarbij bevoordeeld de heupkom een ingroei prothese is en de steel van de heup prothese met botcement wordt gefixeerd. Een derde type is de resurfacing heupprothese. Deze prothese wordt tegenwoordig enkel nog geplaatst bij jongere mannen zonder overgewicht om het risico op last ten gevolge van metaal ionen zo klein mogelijk te houden. Bij dit type wordt een ‘nieuw oppervlak gegeven’ aan de heupkop en –kom.  De prothese komt als het ware als een fietsbel over de heupkop.

 

Een heupprothese wordt geplaatst via een insnede op het bovenbeen. Er bestaan verschillende toegangswegen naar het heupgewricht. Klassiek wordt een incisie van ongeveer 10 tot 15cm gemaakt aan de buitenzijde van het bovenbeen voor een posterieure of een anterolaterale toegangsweg.

 Er kan ook geopteerd worden voor een mini-invasieve toegangsweg waarbij minder tot geen spieren dienen te worden losgemaakt. Dit heeft als voordeel dat de revalidatie iets vlotter verloopt gedurende de eerste weken. Deze techniek kan gebruikt worden voor een posterieure toegangsweg waarbij dan een incisie van ongeveer 8 tot 10cm gebruikt aan de buitenzijde van het bovenbeen. Als tijdens de operatie blijkt dat het technisch niet mogelijk is om de prothese op correcte wijze te plaatsen via deze kleinere toegangsweg zal er overgeschakeld worden op de klassieke posterieure toegangsweg.

Video: Zorgpad Heupprothese

Video: Posterieure toegangsweg voor heupprothese

Een andere mini-invasieve techniek om een heupprothese te plaatsen is via een anterieure toegangsweg waarbij de incisie zich aan de voorzijde van het heup bevindt: longitudinaal of dwars in een huidplooi (bikini-incisie). Langs deze weg dienen geen spieren te worden losgemaakt. Deze techniek heeft voornamelijk zijn toepassing voor het plaatsen van de klassieke heupprothese.

 

Video: Anterieure toegangsweg voor heupprothese

Uw behandeld chirurg zal telkens met u bespreken welk type prothese het best bij u past.

Complicaties

Doorgaans verloopt het plaatsen van een heupprothese zeer vlot. Meer dan 95% van de patiënten is heel tevreden en voelt zich uitstekend na de operatie. Maar zoals bij alle operaties is er ook bij een heupoperatie een risico op een complicatie. De meeste procedures zijn de dag van vandaag sterk gestandaardiseerd om de kans op verwikkelingen zo klein mogelijk te houden. Toch kunnen ze nooit helemaal worden uitgesloten. Voor de volledigheid volgt hieronder een opsomming van alle mogelijke verwikkelingen. Voor een infectie van de wonde of van het dieper liggend materiaal is een behandeling met antibiotica aangewezen. Vaak is een nieuwe operatie eveneens noodzakelijk, wat het resultaat van de initiële procedure niet ten goede komt. Daarom is het van belang, zeker bij prothese chirurgie, het wassen voor de operatie met de ontsmettingszeep en een correcte wondzorg na de operatie strikt toe te passen. Een oppervlakkige thromboflebitis is een ontsteking van de oppervlakkige venen of aderen. Dit is van voorbijgaande aard en hiervoor wordt doorgaans geen specifieke therapie voor gestart. Diepe veneuze trombose (DVT) is een bloedklonter (trombus) in de diepe venen of aderen van het been. Na een operatie is er steeds een verhoogd risico op DVT. Om dit risico te beperken ontvangt u witte TED-kousen en ook medicatie via pilletjes of spuitjes in uw buik. Heel belangrijk is hierbij ook het bewegen. Een patiënt die veel beweegt, en regelmatig de spieren opspant heeft een beduidend lagere bescherming. Om nabloedingen tegen te gaan wordt na een operatie soms een drain in het operatiegebied achtergelaten. Deze zal voor het ontslag worden verwijderd. Een nabloeding zal vaak spontaan stoppen. Indien U teveel bloed verloren hebt, zal U een bloedtransfusie ontvangen. Zenuwletsels kunnen optreden ten gevolge van handelingen tijdens de operatie. Vaak is dit een tijdelijk fenomeen dat spontaan zal verbeteren. Indien U gevoelsstoornissen ervaart, laat het weten aan de arts. Voor een heupprothese zijn er nog een aantal specifieke aandachtspunten: Een heupprothese kan uit de kom luxeren, een zeer zeldzame complicatie bij het plaatsen van een eerste heupprothese. Er wordt steeds gezocht naar de oorzaak van de luxatie. Is dit de eerste keer dan wordt de prothese via een korte verdoving terug op zijn plaats gereduceerd. Als het meermaals voorkomt is er vaak een onderliggende reden en moet u opnieuw geopereerd worden. Een klein beenlengteverschil is soms onvermijdelijk om een stabiele configuratie te bekomen voor uw heupprothese. Indien u hiervan hinder ondervindt kan dit verholpen worden door een steunzool of andere ophoging. Contacteer steeds een arts bij één van volgende problemen: koorts, toenemende zwelling, warmte of progressieve pijn, roodheid, een lopende wonde, functionele problemen of als u plots kortademig wordt.

Heuprevisie

Een algemene bespreking van een heuprevisie is zeer moeilijk omdat dit vaak geval per geval sterk verschillend is. Heuprevisie is aangewezen bij falen van een primaire (eerste) heupprothese. Er zijn verschillende oorzaken waardoor een primaire heupprothese kan falen na verloop van tijd. De meest voorkomende oorzaken zijn een besmetting (infectie) van het prothesemateriaal, het loskomen van het prothese materiaal, het verslijten van de glijdende oppervlaktes van het prothese materiaal of het herhaaldelijk luxeren van de prothese. Indien er geen tekenen van een infectie aanwezig zijn kunnen de versleten of losgekomen delen in eenzelfde operatie worden vervangen (revisie in 1 tijd). Indien er wel tekenen van infectie zijn dient het aanwezige materiaal te worden verwijderd. Soms is het hiervoor nodig om een kunstmatige breuk te maken van het bovenbeen. Nadien dient een aantal weken (meestal 6) antibiotica te worden genomen. Uw arts zal dan ook van kortbij Uw bloedresultaten opvolgen. Eens alles genormaliseerd is kunnen de nieuwe componenten worden geplaats. (revisie in 2 tijden) Er dient rekening te worden gehouden met het feit dat de revalidatie in de meeste gevallen een pak moeizamer verloopt en een langere hospitalisatieduur te verwachten is dan bij een klassieke heupprothese. In sommige gevallen zal Uw arts U vragen om een aantal maanden (meestal maximaal 3) niet te steunen op het geopereerde been.

 

Femoro-acetabulair impingment en heuparthroscopie

Impingement of inklemmen van het heupgewricht is een aandoening die voornamelijk voorkomt bij jonge actieve personen. Deze aandoening wordt ook nog femoro-acetabulair impingement of FAI genoemd. FAI ontstaat bij sporten waarbij een diepe flexie van de heup nodig is, met andere woorden waarbij het bovenbeen hoog dient te worden opgeheven. Hierdoor ontstaat een conflict tussen de femurhals en het acetabulum. De meest courante sporten waarbij FAI optreedt zijn voetbal, volleybal, ballet, hockey, karten, gevechtssporten, … Er wordt een onderscheid gemaakt tussen een afwijking ter hoogte van het bekken met teveel bot overhang ter hoogte van het bovenste deel van het acetabulum. Dit is het ‘pincer’ type. Er kan zich ook extra bot gevormd hebben op het niveau van de heuphals, dit is het ‘cam’ type. Tenslotte kunnen beide ook gecombineerd voorkomen, ‘mixed’ type. Bij diepe buiging ontstaat een conflict dat aanleiding geeft tot scheuren van het labrum en aantasting van het kraakbeen. Het eindresultaat van deze aandoening is artrose van het heupgewricht. Dit leidt tot liespijn bij bruuske bewegingen of tijdens het sporten.  Zelden is er een klik voelbaar in de lies. Er treedt tenslotte een verstijving van het gewricht op en bij pijnopstoten kan men een mankend gangpatroon opmerken. Uw arts zal uw grondig onderzoeken en zorgen voor een reproductie van uw last aan de hand van specifieke bewegingen. Vaak zijn röntgen opnames en een MR onderzoek nodig om de diagnose te bevestigen.

Femoro-Acetabulaire Impingement wordt in eerste instantie conservatief behandeld met ontstekingsremmers (nsaid) en kinesitherapie. Indien de klachten enkel worden uitgelokt bij heel specifieke bewegingen kan het voldoende zijn om deze te vermijden. Bij twijfel zal een volgende stap bestaan uit een intra-articulaire infiltratie, dit wil zeggen een inspuiting in het heupgewricht, met een verdovend product. Bij gunstig resultaat is het aangetoond dat de klachten worden veroorzaakt door een conflict in het heupgewricht en in dat geval zal een (kijk)operatie van de heup aangewezen zijn. Bij deze operatie wordt het overtollige bot weggenomen, het labrum hersteld of worden de losse fragmenten weggenomen indien het niet kan hersteld worden. Indien de kraakbeenbeschadiging te uitgesproken is, hebben bovenstaande operaties geen zin en dient men de artrose behandeling te volgen.

 

 Een heup arthroscopie of een kijk operatie van het heupgewricht is een operatie waarbij via kleine insneden in het bovenbeen een camera en instrumenten in het heupgewricht kunnen worden binnen gebracht. Deze operatie kan gebruikt worden om aandoeningen van het heupgewricht te behandelen waarbij nog geen of slechts in zeer geringe mate sprake is van artrose. De meest voorkomende indicaties zijn femoro-acetabulair impingement, letsels van het labrum, loose bodies (dit wil zeggen losliggende stukjes kraakbeen in het gewricht), snapping hip en irritatie van de iliopsoas pees na een totale heupprothese.  Hoewel deze procedure reeds verschillende jaren bestaat, is er de laatste tien jaar een toename van wetenschappelijk onderzoek naar de verschillende mogelijkheden van deze operatie techniek waardoor deze van toepassing kan worden voor nieuwe indicaties. Aangezien het heupgewricht diep in het lichaam ligt vraagt deze operatie meer tijd en revalidatie dan een kijkoperatie van de knie of het schoudergewricht. Voor deze operatie wordt de patiënt geïnstalleerd op een tractie tafel om zo ruimte te creëren in het heupgewricht zodat het kraakbeen niet beschadigd wordt door de instrumenten. Met röntgen stralen wordt een correctie positie van de instrumenten geverifieerd.

Video: heupartroscopie

Na deze ingreep bestaat de revalidatie in een meerderheid van de gevallen uit het ontlasten van het geopereerde gewricht met krukken gedurende een 2-tal weken. Eens een volledige beweeglijkheid herwonnen is, kan gestart worden met spierversterkende oefeningen. Dit schema kan aangepast worden naargelang Uw specifieke aandoening en behandeling.

 

Preventie diepe veneuze trombose

Na een operatie aan het onderste lidmaat is er steeds een verhoogd risico op het ontstaan van een diepe veneuze trombose. De relatieve immobilisatie en de operatie zorgen ervoor dat het bloed in een verhoogde staat is om bloedklonters te vormen. Dit  vooral ter hoogte van de aderen (venen) van de onderste ledematen. Wanneer er zich in de diepe aderen van het been een bloedklonter vormt ontstaat er een diepe veneuze trombose (DVT). Bij een diepe veneuze  trombose kan het bloed een stuk moeilijker terugvloeien naar het hart, en ontstaat er vrij snel een forse globale zwelling van het been. Dit gaat ook gepaard met pijn, roodheid en warmte. Wanneer u dergelijke symptomen vertoont na uw operatie, of tijdens uw gipsimmobilisatie: raadpleeg dadelijk uw arts. Als de diagnose bevestigd is wordt er medicatie opgestart om dit proces van klontervorming te stoppen. Een DVT zal dan ook de revalidatie een stuk vertragen en moeilijker maken. Het is ook potentieel gevaarlijk voor hart en longen. Als de trombose loskomt kan die via het hart in de longen terechtkomen, en daar een longembool veroorzaken. In bepaalde omstandigheden kan een longembool fatale gevolgen hebben. Preventie is dus héél belangrijk. Als u na uw operatie aangeraden werd om preventief medicatie te nemen hiervoor (spuitjes of pilletjes) en er witte steunkousen (TED-kousen) werden meegegeven: gelieve zorgvuldig deze richtlijnen op te volgen. Minstens even belangrijk in de preventie is bewegen en voldoende spiercontracties doen, zelfs bij een steunverbod op het been. De spierpomp van uw kuit is belangrijk om de terugvloei van het bloed naar uw hart te bevorderen. Uw kinesitherapeut zal u enkele oefeningen aanleren dewelke u meerdere malen per dag dient uit te voeren, vooral bij bedrust. In volgende filmpjes vind u hierover ook meer informatie.

Video: Diepe Veneuze Trombose

Video: Preventie Diepe Veneuze Trombose