Knie

Anatomie

De knie is het grootste en één van de meest complexe gewrichten van het menselijk lichaam. Het is opgebouwd uit kraakbeen, bot, 2 meniscussen, 2 kruisbanden, gewrichtsbanden, slijmbeurzen,  spieren, pezen, de knieschijf. Elk van deze structuren afzonderlijk kan de oorzaak zijn van pijn, een functionele stoornis of een andere klacht. De complexiteit van het kniegewicht maakt het gevoelig voor acute letsels veroorzaakt door lopen, springen en anders sportactiviteiten. Daarnaast zijn de krachten die door het kniegewicht moeten opgevangen heel groot waardoor ook overbelastingsletsels en slijtage heel frequent voorkomen.

Video: knie anatomie

Klachten

Pijn

Kniepijn is de meest gehoorde knieklacht. Om tot een correcte diagnose te kunnen komen is het belangrijk om te weten  waar de pijn zich precies bevindt, en wanneer de pijn er is of hoe die pijn begonnen is. Ook belangrijk maar al iets moeilijker is het type pijn: scherpe pijn, zeurende pijn, uitstralende pijn… Artrose (of slijtage) van het kniegewricht geeft typisch een activiteitsgebonden, mechanische pijn waardoor vaak de functie beperkt wordt (wandelen, lopen, trappen doen). Een overbelastingsletsel uit zich meer als een focale, zeurende pijn die ontstaat tijdens of na een periode van verhoogde activiteit. Acute letsels (kruisbandruptuur, meniscusscheur, fractuur…) gaan vaak gepaard met veel pijn, die zowel zeer lokaal kan zijn als de volledige knie kan omvatten. Nachtelijke pijn duidt meestal op een inflammatoire oorzaak.

Locatie van de pijn

Vaak doet de volledige knie pijn maar meestal is er toch een trend. Pijn aan de voorzijde van de knie kan afkomstig zijn van artrose van de knieschijf, peesontsteking of slijmbeursontsteking. Pijn aan de binnenzijde kan duiden op een meniscusscheur, gewrichtsbandscheur of artrose. Pijn aan de buitenzijde van de knie kan duiden op: meniscusscheur, peesontsteking en ook artrose. Pijn aan de achterzijde van de knie: meniscusscheur of bakercyste, beiden mogelijks als gevolg van artrose.

Zwelling

Een opzetting of zwelling (vocht in de knie) komt frequent voor, en kan meerdere oorzaken hebben. Is de zwelling heel plots ontstaan na een trauma dan is dit meestal het gevolg van een bloeding in het gewricht als gevolg van een fractuur, kruisbandscheur, meniscusscheur of knieschijfluxatie. Als de zwelling traag ontstaan is komt dit vaak door reactief vocht op een soort mechanische irritatie. De oorzaak hier kan artrose, een kraakbeenletsel of een meniscusscheur zijn. Is de zwelling traag opgekomen en gaat dit gepaard met duidelijke warmte dan wijst dit meer op een inflammatoire oorzaak. Soms is het hier nodig om in het gewricht te prikken en het vocht te onderzoeken om tot een correcte diagnose te komen. Is er naast een zwelling ook nachtelijke pijn en ochtendstijfheid aanwezig dan is de oorzaak soms een reumatologische aandoening, zoals reumatoide artritis, jicht, spondylitis ankylosans… Is dit het geval wordt u binnen de dienst doorverwezen naar een reumatoloog. Als de knie opgezet is, warm aanvoelt en er ook koorts aanwezig is moet steeds een septische artritis (infectie van de knie) uitgesloten worden. Dit is een medische urgentie.

Blokkage

Een blokkage betekent dat de knie vast zit waardoor hij niet of moeilijk kan bewogen worden. Hier onderscheiden we 2 entiteiten. Een echte mechanische blokkage. Er zit iets in het kniegewricht die de knie blokkeert. Meestal is dit een stukje gescheurde meniscus of losgekomen kraakbeenletsel. Een pseudo-blokkage: er is geen mechanische blokkage maar het lichaam weerhoudt de knie van te bewegen als bescherming tegen de pijn. Zowel anatomische oorzaken (spier/peesletsels, gewrichtsbandletsels, knieschijfluxatie…) als niet-anatomische (inflammatoire) oorzaken bestaan hiervoor. Bij artrose of een belangrijke zwelling van de knie zien we wel een  vermindering van de mobiliteit/bewegingsamplitude van de knie maar normaliter geen echte blokkage.

Doorzakken

Door de knie zakken, een instabiel gevoel hebben, ‘erdoorgaan’, de knie niet meer vertrouwen… een vaak gehoord klacht. Voor deze klachten bestaan er een aantal oorzaken. Als de knie altijd instabiel aanvoelt is dit meestal het gevolg van een aandoening ter hoogte van de structuren die de knie moeten stabiliseren: de gewrichtsbanden, de kruisbanden maar ook pezen en spieren. Als de knie stabiel aanvoelt, maar je er soms toch doorzakt duidt dit eerder op een meniscus- of kraakbeenletsel. Meestal gaat dit ook gepaard met een klik of scherpe pijn in de knie. Ook bij tal van andere aandoeningen kan er een gevoel van doorzakken ontstaan. Dit is het gevolg van een reflectoire spierontspanning van de quadriceps als reactie op een pijnprikkel die het lichaam in of rond de knie ervaart.

 

Aandoeningen

 

 

Meniscus

De meniscus is een kraakbeenachtige structuur die zich tussen het dijbeen en het scheenbeen bevindt. Het heeft een halve maan-achtige vorm en zijn belangrijkste functies zijn schokdemping (samen met het kraakbeen) en een verdeling van de het gewicht en de krachten die inwerken op de knie. Zowel aan de binnenzijde als de buitenzijde van de knie bevindt zich een meniscus die meebeweegt bij het plooien en strekken.  Een scheur van de meniscus loop je meestal op door de combinatie van een draaibeweging met de knie geplooid. Als er een scheur ontstaat in de meniscus leidt dit tot een lokale pijn ter hoogte van de gewrichtsspleet met  soms ook een klikkend gevoel wanneer het gescheurde stukje verspringt in het gewricht. Een instabiel gevoel van de knie kan ook ervaren worden. Als het gescheurde stuk gekneld raakt tussen het dijbeen en scheenbeen leidt dit vaak tot een blokkage. Het verspringen van het gescheurde stuk kan de knie ook irriteren waardoor er zwelling ontstaat. Door het verouderen vermindert ook de kwaliteit van de meniscus. De meniscus gaat hierdoor microscheurtjes vertonen en zijn functie als schokdemper minder goed vervullen waardoor het kraakbeen extra belast wordt: een typisch proces bij artrose.  In een dergelijke ‘versleten’ meniscus kunnen scheuren optreden door een minimaal trauma. Bij verdenking van een acute meniscusscheur wordt meestal een NMR-scan aangevraagd. Bij bevestiging van de diagnose wordt vaak een kijkoperatie uitgevoerd om te verhinderen dat de meniscus verder scheurt of er nieuwe blokkages optreden. Hierbij wordt ofwel een stukje meniscus weggenomen, ofwel het stuk vastgehecht. Een kijkoperatie bij patiënten met artrose en microscheurtjes van de meniscus is vaak minder succesvol. Een inspuiting kan hier oplossing brengen.

Kijkoperatie of arthroscopie

De kijkoperatie is een type operatie waarbij  gebruik gemaakt wordt van een camera en speciale  instrumenten om via kleine gaatjes de operatie binnenin de knie te kunnen uitvoeren. Deze techniek is minimaal invasief. Hierdoor kan de knie een stuk sneller revalideren, een groot voordeel. Zowel meniscuspathologie, kruisbandletsels en kraakbeenletsels worden via een kijkoperatie behandeld.

Meniscusbehandeling

Een meniscusscheur wordt via een kijkoperatie behandeld. Afhankelijk de grootte van het letsel, de locatie en de leeftijd van de patiënt wordt het gescheurde stukje meniscus verwijderd of gehecht.  Indien de meniscus onherstelbare schade heeft opgelopen, dan wordt de scheur verwijderd. Hierbij wordt in tegenstelling tot vroeger enkel het beschadigde deel weggeknipt. De gezonde delen worden bewaard. Op die manier wordt een groot deel van de schokdemper behouden en wordt het risico op artrose zo klein mogelijk gehouden. De partiële meniscectomie zoals deze ingreep genoemd wordt, is de meest uitgevoerde arthroscopische ingreep ter wereld met gunstige resultaten in meer dan 90% van de patiënten.  In een beperkt aantal patiënten waarbij de meniscusscheur heel groot was en er nog weinig gezond meniscus weefsel over is, ontstaat pijn, zwelling of versnelde kraakbeenslijtage na de ingreep. Deze patiënten komen dan ook in aanmerking voor bijkomende behandeling zoals meniscus vervangende oplossingen. Indien het een grote scheur betreft in een zone met goede bloedsvoorziening, zal uw chirurg er voor kiezen om een meniscushechting uit te voeren. Dikwijls kan maar tijdens de operatie beslist worden of de scheur al dan niet in aanmerking komt voor hechting.  Hiervoor bestaan verschillende geavanceerde technieken die allemaal via de kijkoperatie kunnen worden uitgevoerd. De keuze voor een bepaalde techniek wordt bepaalt door de locatie van de scheur. Het grote voordeel van een hechting is dat de meniscus zijn volledige functie kan behouden. Het nadeel is dat de meniscus tijd nodig heeft om te genezen waardoor er bepaalde restricties zijn tijdens de eerste 3 maand na operatie. Dit om de meniscus de kans te geven om terug vast te groeien.

Bucket handle tear reducedBucket handle tear medial meniscus sutured

De revalidatie na een meniscusoperatie loopt doorgaans zeer vlot. Krukken worden enkel tijdens de eerste 2 weken gebruikt, zo nodig. Specifieke kinesitherapie is niet nodig. De operatie gebeurt in dagziekenhuis. In geval van een meniscushechting is zoals gezegd een aangepaste revalidatie vereist Jonge mensen met een sterk beschadigde of volledig weggenomen meniscus die blijven pijn houden, kunnen in aanmerking komen voor een meniscus transplantatie. Hierbij wordt de volledige meniscus vervangen door een donor meniscus. Deze donor meniscus is afkomstig van een overleden persoon en moet de juiste afmetingen hebben om te kunnen worden getransplanteerd. Dit kan betekenen dat er 6 maand tot 12 maanden moet gewacht worden eer er een geschikte donor wordt gevonden. Deze geavanceerde ingreep kan heden ten dage via een kijkoperatie worden uitgevoerd. Het grote voordeel van de ingreep is dat er een nieuwe schokdemper wordt aangebracht die het kraakbeen van de patiënt beschermt en dus de slijtage tegen gaat. Het nadeel van meniscus transplantatie is de intensieve revalidatie die er mee gepaard gaat.

 

 

Voorste kruisband

De voorste en achterste kruisband bevinden zich centraal in de knie en lopen gekruist over elkaar.  De ene vooraan in de knie. De andere achteraan. Vandaar hun naam: voorste kruisband of anterior cruciate ligament (ACL) in het Engels. Ze zorgen voor de voor-achterwaartse stabiliteit van de knie. De voorste kruisband speelt daarnaast ook een belangrijke rol in de rotatie-stabiliteit en in de bescherming van de meniscussen.

Video: anatomie gewrichtsbanden

Een voorste kruisbandscheur ontstaat meestal na een plotse draaimanoeuvres met de knie gestrekt zoals pivot bewegingen of torsies tijdens sportbeoefening. Tijdens het voetballen is dit heel frequent het gevolg van wat men het ‘cutting’ maneuver noemt. Hierbij maak je als speler een draaibeweging over je steunbeen om plots van richting te veranderen. Ook in anders sporten worden dergelijke draaibewegingen gemaakt. De krachten die bij deze beweging op de voorste kruisband komen zijn heel groot en kunnen aanleiding geven tot het scheuren van de kruisband. Indien dit gebeurd zal je zonder contact met de tegenspeler, door de knie zakken met meestal veel pijn tot gevolg. De patiënt vermeld hierbij dikwijls dat hij een “krak” heeft gehoord of gevoeld. Verder spelen lukt hem niet. Geleidelijk aan zal er zwelling optreden van de knie ten gevolg van een bloeding in de knie en zal er ook een instabiel gevoel zijn. Soms echter zijn de klachten veel subtieler met enkel lichte pijn en zwelling.  De diagnose van een voorste kruisband wordt gesteld op basis van het verhaal van de patiënt en het klinisch onderzoek. Daarnaast gaat de arts met een aantal testen nakijken hoe het met de stabiliteit in de voor-achterwaartse richting en met de rotatie stabiliteit van de knie gesteld is. acl_mri_torn Een MRI-scan is in de meeste gevallen aangewezen om de diagnose te bevestigen en om bijkomende letsels van kraakbeen, meniscus en gewrichtsbanden op te sporen. Bovendien is ook vaak een deel van het kapsel rondom de knie geraakt. In dit kapsel zit ook het zogenoemde nieuwe knie-ligament of het ALL (antero-lateraal-ligament) dat recent werd ontdekt. De voorste kruisband heeft weinig helingspotentieel waardoor deze letsels niet spontaan genezen. De behandeling zal afhangen van de leeftijd van de patiënt, de individuele noden en de mate waarin de knie onstabiel is.

Niet operatief. Bij oudere patiënten waarbij er geen instabiliteitsklachten op de voorgrond staan, kan chirurgie worden vermeden. Kinesitherapie zal in deze voorgeschreven worden om de stabiliserende spieren rondom de knie sterker maken. In de meeste gevallen zal ook sport met draaibewegingen moeten vermeden worden.

Operatief. Bij de meeste patiënten zal op basis van instabiliteitsklachten, leeftijd, activiteitsniveau en bijkomende meniscus of kraakbeen letsels worden beslist om de kruisband via chirurgie te reconstrueren. Naar timing van reconstructie wordt voornamelijk rekening gehouden met de stijfheid van de knie (dient vermeden te worden). Meestal kan de ingreep daarom binnen de 6 weken na het trauma worden uitgevoerd. Idealiter dient de ingreep te gebeuren voor 9 maand, aangezien nadien vaak bijkomend uitrekken van andere ligamenten voorkomt en de risico's op bijkomende meniscus scheuren significant stijgt.

 

Voorste Kruisband Reconstructie

De voorste kruisbandreconstructie is een frequent uitgevoerde operatie. Een goed functionerende kruisband is bij contactsporten onontbeerlijk om de knie voldoende stabiliteit te geven. Maar ook in het dagelijkse leven speelt de kruisband een belangrijke rol voor de bescherming van de meniscus, zeker op jonge leeftijd. ACL fiber bundles Te veel speling op de knie geeft op lange termijn namelijk aanleiding tot meniscusscheuren en artrose. Om de kruisband te reconstrueren worden er doorgaans 1 of 2 hamstringpezen van de patiënt gebruikt. Deze worden via een kleine incisie afgenomen en tot de nieuwe kruisband omgevormd. Via een kijkoperatie in de knie wordt deze nieuwe kruisband boven en onder de knie in het bot vastgezet. Het is belangrijk dat dit gebeurt op de exacte aanhechting van de oorspronkelijke kruisband (= anatomische voorste kruisband reconstructie). Transtibial tech_01 Als dit niet gebeurd, dan kan de stabiliteit niet volledig hersteld worden. Het grote voordeel van eigen pezen (= autogreffe) te gebruiken is dat deze een stuk sterker zijn en beter ingroeien dan bv donorpezen en kunstpezen. Iedereen heeft 4 hamstringpezen aan de binnenzijde van de knie en hiervan kunnen er best 1 of 2 gemist worden zonder nadelige effecten. Het nadeel van het gebruik van eigen pezen is dat het ingroeien tijd vraagt. Meestal duurt het 6 maanden eer de ingroei sterk genoeg is om terug sporten toe te laten.

In geselecteerd gevallen zal er bijkomend ook een reconstructie van het ALL (antero-laterale-ligament) gebeuren. Zeker bij pivot sporten (voetbal, basketbal,…) kan dit van groot belang zijn om de rotatie-stabiliteit van de knie te verbeteren. Naast de klassieke voorste kruisband reconstructie zijn er ook nieuwe technieken in ontwikkeling waarbij de voorste kruisband terug hersteld wordt in de plaats van gereconstrueerd. Het grote voordeel hierbij is dat er geen pezen van de patiënt moeten gebruikt worden om de kruisband te herstellen en aldus de proprioceptie. Deze technieken zitten nog in de onderzoeksfase maar de eerste resultaten zijn veelbelovend. Spreek er over met uw arts indien u hier meer vragen over hebt.

De operatie gebeurt in dagziekenhuis of via een korte opname (1 nacht). De patiënt moet een 3-tal weken met krukken stappen waarbij de knie progressief mag belast worden. Na de operatie wordt een specifiek kineschema op maat meegegeven. De kinesitherapeut begeleidt de patiënt. Zeer belangrijk tijdens de revalidatie is het behoudt van de spiercontrole en spiermassa. Na een 5-tal maand volgt er een speciale test (biodex) waarbij er nagezien wordt of de patiënt klaar is om de sportspecifieke training kan hervatten.

Wanneer de gereconstrueerde voorste kruisband opnieuw scheurt spreken we van een recidief. In eerste instantie zal de arts op zoek gaan naar de oorzaak van het recidief. In vele gevallen zal een nieuwe herstelprocedure noodzakelijk zijn: de revisie voorste kruisband reconstructie. Dit is complexere chirurgie waarbij met vele verschillende zaken rekening dient gehouden te worden. Het is vooral de positie van de vroegere bottunnels die zal bepalen of de ingreep in 1 keer of in 2 keer zal kunnen uitgevoerd worden. Aangezien de eigen hamstringpezen meestal niet meer beschikbaar zijn, zal er hier voor een stuk eigen quadricepspees, eigen patellapees, donorpees of kunstpees gekozen worden. Dit alles wordt in overleg met u beslist. Daarnaast zal in de meeste gevallen ook een reconstructie van het ALL noodzakelijk zijn.

Video: kruisbandreconstructie met hamstring

Video: kruisbandrecontstructie met patellapees

Achterste kruisbandletsel

De achterste kruisband is nog een stuk sterker dan de voorste. Achterste kruisbandletsels komen dan ook minder frequent voor en zijn meestal het gevolg van een heel zwaar trauma (zware tackle, verkeersongeval,…).  De symptomen zijn vrij gelijkaardig aan een scheur van de voorste kruisband. Een MRI-scan is in de meeste gevallen aangewezen om de diagnose te bevestigen en om bijkomende letsels van kraakbeen, meniscus en gewrichtsbanden op te sporen. Naargelang de ernst van het letsels worden deze ingedeeld in verschillende graden. Bij de laaggradige of minder ernstige letsels is de stabiliteit van de knie grotendeels bewaard. Deze letsels hoeven meestal niet operatief behandeld te worden. Kinesitherapie met nadruk op versterking van de quadriceps bied hier soelaas. Bij de hooggradige of ernstige letsels is er meer aan de hand. Heel vaak zijn er nog andere belangrijke structuren geraakt (laterale band, posterolaterale hoek) zodat er uitgesproken laksiteit van de knie ontstaat. Een operatief herstel is dan ook meestal noodzakelijk.

 

 

Gewrichtsbandletsel Macintosh HD:Users:thomasluyckx:OneDrive:Varia:Presentaties:KNIE:Acute knie:Illustratie:Knie anatomie.jpg

In de knie bevinden zich 2 kruisbanden en 2 gewrichtsbanden of collaterale banden. Ze verbinden allen het dijbeen met het scheenbeen of kuitbeen en zorgen voor stabiliteit van de knie. Aan de binnenzijde en buitenzijde van de knie hebben we de gewrichtsbanden of collaterale banden. Aan de binnenzijde ligt de mediale gewrichtsband  (MCL). Aan de buitenzijde de laterale gewrichtsband (LCL), een zeer sterk ligament die vasthecht op de kop van het kuitbeen. Als een gewrichtsband gescheurd of geraakt is ontstaat een hevige, vaak lokale pijn alsook instabiliteit. De instabiliteit komt vaak pas na verloop van tijd tot uiting. De meeste letsels treden op ter hoogte van de voorste kruisband en de mediale gewichtsband. Een mediale gewrichtsbandscheur ontstaat nadat de knie een ‘valgiserende’ beweging gemaakt heeft: een beweging waarbij de knie of het volledige been in X-positie gedwongen wordt. Dit meestal door een distorsie of doorzakking van de knie, of wanneer er een kracht op de buitenzijde van de knie inwerkt (aanrijding door auto, tackle in voetbal).  De mediale gewrichtsband geneest doorgaans spontaan binnen de 6 weken. Soms is een tijdelijke brace nodig om het genezingsproces te beschermen. In ernstige gevallen kan een operatie noodzakelijk zijn.De laterale gewrichtsband is een zeer sterke structuur en een geïsoleerde scheur ervan komt dan ook heel zelden voor. Als er letsels optreden, dan is dit meestal in combinatie met een letsel van de achterste kruisband. Indien dit het geval is, dan is een operatie meestal aangewezen.

 

 

Kraakbeenletsel

Het kraakbeen in de knie zorgt voor schokdemping en vermindert de krachten die doorgegeven worden aan het bot. Intact kraakbeen is ook zeer glad waardoor de gewrichtsoppervlakken met weinig frictie over elkaar kunnen glijden en de knie soepel kan bewegen. Een kraakbeenletsel kan ontstaan door een plots trauma (ongeval), herhaald microtrauma (overbelasting) of degeneratie (slijtage). De typische klachten hierbij zijn pijn bij belasting en crepitaties, het ervaren van een soort schuren in de knie. Vaak is er ook een intermittente, reactieve zwelling. Een instabiel gevoel kan ook aanwezig zijn. Als het losgekomen stukje kraakbeen rondzwerft in de knie kan dit blokkages veroorzaken. Om de diagnose van een focaal kraakbeenletsel te bevestigen wordt een NMR-scan of artroCT-scan gemaakt.

 De behandeling van acute kraakbeenletsels is afhankelijk van de leeftijd van de patiënt, de grootte van het letsel en de locatie. Conservatieve behandeling met medicatie, inspuitingen en/of brace kunnen in vele gevallen soelaas bieden. Er zijn verschillend operatieve procedures voorhanden om kraakbeenletsels te herstellen (microfractuur, kraakbeentransplantatie, AMIC, OATS, mozaiekplastie,…). De beslissing om tot een bepaalde procedure over te gaan hangt voornamelijk af van het type letsels. Zie ook kraakbeenherstel voor meer uitleg over de verschillende procedures. Bij langdurige overbelasting (zware belasting, overgewicht, asafwijkingen)  zal het globale kraakbeen sneller in kwaliteit afnemen en verdunnen. Ook bij het ouder worden neemt de kwaliteit van kraakbeen af en kan gemakkelijker slijtage van het kraakbeen ontstaan en dus artrose. Deze afwijkingen zijn vaak reeds op een staande RX-opname te zien. Globale kraakbeenverdunning kan niet met een kijkoperatie behandeld worden. Een niet-heelkundige behandeling geniet hier vaak de voorkeur met een aanpassing van de activiteit, spierversterking en zonodig gewichtsreductie. In meer uitgesproken gevallen kan er voor gekozen worden om de belasting op het verdunde kraakbeen te verminderen door een osteotomie uit te voeren.

Kraakbeenherstel

Er bestaan verschillende technieken om kraakbeenletsels te behandelen. De meest frequent gebruikte zijn microfractuur, kraakbeenceltransplantie (autologe chondrocyten implantatie, ACI, MACI), mozaiekplastie, AMIC (autologe matrix geïnduceerde chondrogenese), OATS (osteochondrale autologe transplantatie systeem), kraakbeen scaffolds (Maioregen, GelrinC) . Bovendien worden er constant nieuwe technieken ontwikkeld waarvan een aantal alleen nog in studie verband beschikbaar zijn. Spreek erover met uw arts.

Op basis van het type, de locatie en de grootte van het kraakbeenletsel wordt de meest doeltreffende techniek gekozen. De operatie kan via kijkoperatie gebeuren maar moet ook soms via een klassieke incisie gebeuren. En dit in 1 of 2 tijden. Na de operatie volgt geen intensieve maar wel een vrij lange revalidatie. Omdat het nieuwe kraakbeen de tijd nodig heeft om te groeien mag de knie slechts heel progressief terug belast worden. Er wordt een specifiek kineschema meegegeven bij ontslag uit het ziekenhuis. Tijdens de eerste maanden van de revalidatie wordt een brace gedragen. De operatie gebeurt in dagziekenhuis of via een korte opname (1 nacht).

Video: Techniek microfractuur

 

 

Knieschijfluxatie 

Bij het plooien en strekken van de knie glijdt de knieschijf in een groeve, de trochlea van de knie. Als de knieschijf uit deze groeve wordt geforceerd (=luxeert) spreekt men van een knieschijfluxatie (=ontwrichting). Dit kan ‘spontaan’ gebeuren ten gevolge van een verkeerde draaibeweging of na een trauma waarbij een directe klap op de knieschijf komt. Wanneer dit spontaan gebeurt is er meestal een onderliggende afwijking die er voor zorgt dat de knieschijf zo gemakkelijk uit de groeve luxeert. Er zijn vele mogelijke oorzaken: een ondiepe groeve, een te hoge positie van de knieschijf, onvoldoende spierkracht of niet optimale verhouding ervan, X-benen, groeistoornis ter hoogte van de heup etc. Op de consultatie wordt steeds de onderliggende oorzaak opgespoord.  Meestal zullen hiervoor een aantal bijkomend onderzoeken noodzakelijk zijn. Op basis van deze informatie wordt een behandelingsplan opgesteld, op maat van de patiënt. Een intensief oefenschema met kinesitherapie is hierbij onontbeerlijk. Tijdens een knieschijf-luxatie scheurt het Mediaal Patello Femoraal Ligament (MPFL) altijd. Dit ligament zal niet spontaan genezen waardoor het risico dat de knieschijf opnieuw luxeert sterk vergroot is. De laatste jaren de chirurgische aanpak van patella luxaties geconcentreerd op de reconstructie van het MPFL en dit met uitstekende resultaten. Daarom zal men na een 2e luxatie er bijna steeds voor kiezen om dit ligament te herstellen. In specifieke gevallen kan er al na de 1e luxatie voor herstel gekozen worden. Op basis van het al dan niet aanwezig zijn van onderliggende afwijkingen kan deze ingreep gecombineerd worden met andere correcties. Dit wordt patiënt per patiënt bekeken.

Bursitis

Een bursitis is een slijmbeursontsteking. Vooraan de knie bevinden er zich een aantal slijmbeurzen. Zij zorgen ervoor dat bij het plooien en strekken van de knie de kniepees en knieschijf vlot kunnen glijden ten opzichte van de omliggende weefsels en huid. Wanneer een slijmbeurs echter geïrriteerd wordt kan die ontsteken met een lokale zwelling en warmte als gevolg. Bij bepaalde beroepen die frequent op de knieën zitten komt dit frequent voor (vloerders, sanitair). Doorgaans is dit een aandoening die spontaan geneest. Preventie is wel belangrijker. Een slijmbeurs die gevuld is met vocht en ontstoken is kan echter gemakkelijk infecteren. Als er een wondje ter hoogte van de huid zichtbaar is, de knie warm of rood is, of er zich koorts ontwikkelt, is er naast een ontsteking wellicht ook een infectie aanwezig door een bacterie. Als er een infectie is dient de slijmbeurs soms gespoeld te worden en wordt een antibioticakuur opgestart.

Tendinitis

Tendinitis staat voor peesontsteking. In de buurt van de knie bevinden zich een aantal pezen die in meer of mindere mate gevoelig zijn aan overbelasting. De klachten zijn typisch een doffe, zeurende pijn die ontstaan tijdens of na een activiteit of sport ontstaat. Een ontsteking ontstaat door een overbelasting van een pees. Ofwel is de pees onvoldoende sterk voor de belasting, ofwel is de belasting gewoon te groot. De behandeling in acute faze bestaat erin de ontsteking te verminderen, doorgaans via een lokale behandeling door kinesitherapeut. In 2de tijd oefentherapie om de pees te versterken. Onderliggende oorzaken bij recidiverende peesontstekingen worden  ook steeds opgespoord : asafwijkingen, houdingsproblematiek, reuma etc. Peesontstekingen komen vaak voor bij bepaalde sporten, veelal duursporten. Iliotibialebandfrictiesyndroom (ITB) is een ontsteking van het peesblad van de tensor fascia lata. Bij repetitief plooien en strekken van de knie ontstaat irritatie ter hoogte van de buitenzijde van de knie. Dit zien we vaak langeafstandslopers en wielrenners. Een aanpassing van de pedaalpositie kan deze ontsteking helpen oplossen. De kniepeesontsteking of jumpers knee is ook veelvoorkomende pathologie. Bij springsporten zoals basketbal en volleybal zien we dit vaak. Ook bij voetbal tijdens de voorbereidingsperiode op de competitiestart: een plotse intensieve belasting op nog onvoldoende getrainde pezen, op harde velden.

 

 

Artrose & Knieprothese

Artrose of slijtage van de knie wordt komt typisch vooral bij oudere mensen voor. Het wordt gekenmerkt door een algemene slijtage van de knie: naast het verdunnen en verdwijnen van het kraakbeen gaat ook de kwaliteit van de meniscus erop achteruit. Hierdoor verliezen deze structuren hun schokdempende functie wat leidt tot overbelasting van het onderliggende bot. Er bestaat een typische mechanische, belastingsgebonden pijn. Ook zwelling, warmte en stijfheid kan optreden. Dit alles leidt tot verlies van functie zoals minder ver kunnen stappen, moeilijk rechtkomen uit een stoel, last bij trappen doen. Aanvankelijk zijn de klachten wisselend, goede en slechte dagen worden ervaren. Op lange termijn zullen de klachten echter steeds belangrijker worden. Bij meer ernstige vormen van arthrose kan er ook een vervorming van de knie optreden waardoor er X of O-benen kunnen ontstaan.  Een belangrijk onderzoek bij artrose zijn de RX-foto’s. Deze worden best gemaakt terwijl de patiënt rechtstaat zodat de vernauwing van het gewricht goed kan geapprecieerd worden. Een NMR-scan is in vele gevallen overbodig. Artrose kan nog steeds niet genezen worden. De behandeling bestaat aanvankelijk uit symptoombestrijding met pijnstillers en ontstekingsremmers. Ook spierversterking en aanpassing van de belasting wordt geadviseerd. Een brace kan hierbij hulp bieden. Bij overgewicht kan een gewichtsreductie van 10% veel verbetering bieden. Tot slot kunnen er ook inspuiting in de knie toegediend worden, ofwel met een gel of met een krachtige ontstekingsremmer. Als de conservatieve behandeling faalt, is de volgende stap een operatie. Bij ver gevorderde slijtage is de enige optie een knieprothese. Belangrijk hierbij is dat de patiënt voldoende klachten heeft en de knie voldoende slijtage vertoont, vooraleer er tot deze operatie wordt overgegaan. Bij minder uitgesproken vormen van slijtage dienen andere opties zoals een arthroscopie of een osteotomie overwogen te worden.

Video: uitleg artrose

 Osteotomie

Een osteotomie is een operatie waarbij de as van het been gecorrigeerd of veranderd wordt. Jonge patiënten die als gevolg van een asafwijking (X-been of O-been) vroegtijdig artrose ontwikkelen komen hiervoor in aanmerking. Op deze manier kan de belasting op het kraakbeen verminderd worden en dus de ontwikkeling van artrose uitgesteld worden. Op die manier kan voorkomen worden dat er op relatief jonge leeftijd een prothese geplaatst moet worden. Het voordeel van deze ingreep ten opzichte van de knieprothese is namelijk dat de eigen knie volledig behouden blijft waardoor deze meer natuurlijk aanvoelt en dikwijls meer (sport)belasting aan kan.

Tijdens de operatie wordt het bot bijna volledig doorgezaagd, gekanteld en vastgezet met een plaat met schroeven.  Afhankelijk van waar de afwijking zich bevind,  gebeurt dit boven de knie (dijbeen) of eronder (scheenbeen). Doorgaans blijft de patiënt 2-3 dagen in het ziekenhuis. Na de ingreep zal je een 6-tal weken met krukken moeten stappen en een werkonbekwaamheid van 3 tot 6 maand moet voorzien.

 

Knieprothese

De knieprothese is de ultieme behandeling van artrose. Bij sterke slijtage van de knie en onvoldoende verbetering  van de klachten met pijnmedicatie is een knieprothese een zeer goede behandeling. De Lange termijn resultaten met de huidige implantaten tonen een overleving van 95% op 15 jaar en 85% op 20 jaar. De meeste patiënten kunnen dan ook met hun prothese verder voor de rest van hun leven. Er zijn verschillende types knieprotheses: de totale knieprothese, de unicondylaire knieprothese (of halve knie) en de patellofemorale knieprothese (of knieschijf prothese). De volledige of totale knieprothese is de meest frequent geplaatste prothese. Deze wordt gebruikt als de volledige knie versleten is. Tijdens de ingreep wordt het beschadigde kraakbeen verwijderd en vervangen door een nieuwe metalen bekleding van een 9-tal mm dik. Deze prothese wordt met een soort botlijm of cement op het dijbeen en scheenbeen wordt vastgezet. Tussen de 2 metalen componenten komt een kunststof component uit zeer harde en slijtvaste polyethyleen waarover de knie soepel kan plooien en strekken. Dit alles gebeurt via een spiersparende techniek waardoor de revalidatie sneller verloopt.

 

De halve knieprothese of de unicondylaire knieprothese wordt geplaatst als er slechts een deel van de knie versleten is (binnen- of buitenzijde). Niet iedereen komt hiervoor dus in aanmerking. Het grote voordeel van dit type prothese is dat een groot deel van de eigen knie, inclusief de kruisbanden, kan behouden worden. Dit betekent voor de patiënten dan ook een snellere revalidatie en een knie die stabieler en meer natuurlijk aanvoelt. Ook op lange termijn heeft de halve knieprothese ondertussen bewezen van minstens even lang mee te gaan als de totale knieprothese.

De patellofemorale prothese of de knieschijfprothese is een soort halve knieprothese voor mensen met enkel slijtage aan de knieschijf. De voordelen zijn dezelfde als voor de halve knieprothese: een groot deel van de eigen knie, inclusief de kruisbanden, kan behouden worden. Door het plaatsen van de knieprothese verwijnt de activiteitsgebonden pijn en verbetert de mobiliteit van de knie. Na de revalidatie moet de knie vlot kunnen plooien. Ook het volledig strekken van de knie is heel belangrijk. Met een knieprothese mag of moet men actief zijn: wandelen, fietsen, zwemmen, fitness zijn allemaal geen probleem. Contactsporten zijn echter niet aangeraden. Na de operatie blijft de patient meestal 4-5 dagen in het ziekenhuis met nadien een 6-tal weken revalidatie met kinesitherapie.

Tot slot zijn er nog een aantal nieuwe ontwikkelingen in de maak waarin Orthopedie Roeselare een voortrekkende rol speelt. Zo gebruiken we in sommige gevallen instrumenten voor het plaatsen van de prothese die op maat van de patient zijn gemaakt. Zo wordt de nauwkeurigheid van plaatsing vergroot. Recent is ook een totale knieprothese ontwikkeld waarbij zowel de voorste als de achterste kruisband behouden blijven. Zo krijgt de totale knieprothese een aantal voordelen van de halve knieprothese met name meer stabiliteit. Verder zijn we mee betrokken in de ontwikkeling van een nieuwe chirurgische techniek waarbij een totale knieprothese, in tegenstelling tot de huidige technieken, volledig volgens de anatomie van de patient geplaatst wordt: anatomisch of kinematisch alignment. De eerste resultaten zijn veelbelovend en tonen een sneller herstel en betere functie van de knie. Tot slot werken we mee aan de ontwikkeling van een knieprothese die volledig op maat van de patient wordt gemaakt. Deze zal binnenkort beschikbaar zijn voor de Belgische markt. Een aantal van deze technieken zit nog in de onderzoeksfase maar een aantal zijn ook al in gebruik. Spreek er over met uw arts indien u vragen hebt.

Video: Joint Care Zorgpad

Video: uitleg knieprothese

Video: techniek knieprothese

Video: techniek knieprothese

Revisie knieprothese

Een revisie knieprothese is een operatie waarbij een eerder geplaatste knieprothese die versleten is, niet goed werkt of los geraakt is, terug vervangen wordt. Voor er beslist wordt tot een revisie operatie is het steeds belangrijk om de oorzaak van het probleem grondig te onderzoeken. Hiervoor zal de arts in de knie prikken om het vocht te onderzoeken en een aantal bijkomende beeldvorming uitvoeren. Een revisie ingreep is echt maatwerk waarbij de specifieke problemen worden aangepakt. En dit kan voor iedere patiënt anders zijn. De eerder geplaatste delen worden afhankelijk van het probleem geheel of gedeeltelijk verwijderd en vervangen door nieuwe. De revisie prothese is meestal voorzien van stelen voor een betere verankering in het bot. Een revisie operatie is een zwaardere operatie dan een eerste knieprothese en vraagt doorgaans ook een langere revalidatie.

 

 

Kinesitherapie en revalidatie

Een heel belangrijk onderdeel van de behandeling van orthopedische problemen is de kinesitherapie en oefentherapie. Spierversterking en beweging is onontbeerlijk om tot een goed functioneel resultaat te komen. Sommige orthopedische aandoeningen kunnen louter door een oefenprogramma perfect opgelost worden. Kinesitherapie wordt ook vaak pre-operatief ingeschakeld om postoperatief een goed resultaat te kunnen garanderen. In de postoperatieve faze bestaan er ook specifieke oefenschema’s om de revalidatie op een veilige en zo vlot mogelijk manier te kunnen afwerken.

De artsen van Orthopedie Roeselare werken heel nauw samen met de dienst fysische geneeskunde en revalidatie alsook met de kinesitherapeuten die een praktijk buiten het ziekenhuis hebben.

 

 

Preventie diepe veneuze trombose

Na een operatie aan het onderste lidmaat is er steeds een verhoogd risico op het ontstaan van een diepe veneuze trombose. De relatieve immobilisatie en de operatie zorgen ervoor dat het bloed in een verhoogde staat is om bloedklonters te vormen. Dit  vooral ter hoogte van de aderen (venen) van de onderste ledematen. Wanneer er zich in de diepe aderen van het been een bloedklonter vormt ontstaat er een diepe veneuze trombose (DVT). Bij een diepe veneuze  trombose kan het bloed een stuk moeilijker terugvloeien naar het hart, en ontstaat er vrij snel een forse globale zwelling van het been. Dit gaat ook gepaard met pijn, roodheid en warmte. Wanneer u dergelijke symptomen vertoont na uw operatie, of tijdens uw gipsimmobilisatie: raadpleeg dadelijk uw arts. Als de diagnose bevestigd is wordt er medicatie opgestart om dit proces van klontervorming te stoppen.  Een DVT zal dan ook de revalidatie een stuk vertragen en moeilijker maken. Het is ook potentieel gevaarlijk voor hart en longen. Als de trombose loskomt kan die via het hart in de longen terechtkomen, en daar een longembool veroorzaken. In bepaalde omstandigheden kan een longembool fatale gevolgen hebben. Preventie is dus héél belangrijk. Als u na uw operatie aangeraden werd om preventief medicatie te nemen hiervoor (spuitjes of pilletjes) en er witte steunkousen (TED-kousen) werden meegegeven: gelieve zorgvuldig deze richtlijnen op te volgen. Minstens even belangrijk in de preventie is bewegen en voldoende spiercontracties doen, zelfs bij een steunverbod op het been. De spierpomp van uw kuit is belangrijk om de terugvloei van het bloed naar uw hart te bevorderen. Uw kinesitherapeut zal u enkele oefeningen aanleren dewelke u meerdere malen per dag dient uit te voeren, vooral bij bedrust. In volgende filmpjes vind u hierover ook meer informatie.

Video: diepe veneuze trombose              

 Video: preventie diepe veneuze trombose