Voet & Enkel

Anatomie

 De enkel is een complex gewricht. De enkel bestaat uit twee gewrichten. Enerzijds het ware enkelgewricht (of bovenste spronggewricht)  tussen het onderbeen (tibia), kuitbeen (fibula) en sprongbeen (talus). Anderzijds het subtalaire gewricht (of onderste spronggewricht) tussen het sprongbeen (talus) en hielbeen (calcaneus). De talus bevindt zich bovenaan in de “vork” gevormd door scheen- & kuitbeen. De bewegingsmogelijkheden in dit gewricht beperken zich tot het optrekken en naar onder duwen van de voet (dorsi- & plantairflexie). Het subtalaire gewricht wordt gevormd door de talus bovenaan en het hielbeen onderaan. Dit gewricht stelt ons in staat om de voet zijdelings te bewegen (in - & eversie). Dit is vooral belangrijk bij het stappen op oneffen gronden.

Video: anatomie enkel

Video: anatomie voet

Enkelartrose

Oorzaken

Er bestaan verschillende oorzaken om artrose in de enkel te ontwikkelen:

Posttraumatisch

Artrose kan ontstaan na een ongeval. Bijvoorbeeld wanneer de enkel breekt of meerdere malen verstuikt. De beschadiging van het kraakbeen kan tegelijk met het enkelletsel ontstaan, maar kan ook pas later ontstaan als gevolg van de enkelschade. Dit laatste heet 'posttraumatische artrose'. De oorzaak hiervan is dat de enkel na het letsel niet meer zo stabiel is. Door de onstabiele bewegingen slijt het kraakbeen extra snel. Posttraumatische artrose kan soms jaren na het letsel pas klachten geven.

Ontsteking

Een ontsteking van het gewricht kan het kraakbeen aantasten, bijvoorbeeld reumatoïde artritis (reuma). Ook hierdoor wordt de kraakbeenlaag dunner of de laag verdwijnt helemaal. Dit kan op iedere leeftijd voorkomen. Meestal worden beide enkels/voeten aangetast en vaak ontstaat de artrose ook in andere gewrichten van het lichaam.

Onbekende oorzaak

Soms slijt de kraakbeenlaag van het gewricht zonder aanwijsbare oorzaak. Door slijtage wordt de laag met kraakbeen op het botuiteinde dunner en uiteindelijk komt het onderliggende bot (gedeeltelijk) bloot te liggen. Op het bot kunnen ruwe uitsteeksels (osteofyten of papegaaiebekken) ontstaan. Die kunnen voelbaar en zichtbaar zijn. Er kan vocht ophopen in en om het gewricht waardoor zwelling ontstaat. Zowel de pijn als de zwelling maken bewegen moeilijk en pijnlijk. Deze vorm van artrose komt het meest voor bij oudere mensen, en is vaak erfelijk.

 

Klachten

De volgende klachten passen bij artrose van de enkel:

  • Pijn bij (het starten van) beweging en na langdurig belasten
  • (Ochtend)stijfheid
  • Pijn in rust
  • Zwelling van de enkel
  • Een afwijkende stand van de enkel en/of voet

Diagnose

 Artrose van de enkel kan het best herkend worden door een radiografie (Rx) te maken van de enkel. Het enkelgewricht (bovenste spronggewricht) zit vlakbij het onderste spronggewricht (het gewricht tussen het hielbeen en het sprongbeen). Ook in het onderste spronggewricht kan artrose ontstaan, en dat kan ook pijn in de enkel veroorzaken. Met een röntgenfoto is meestal goed te zien of er slijtage in één of beide gewrichten aanwezig is. Soms is het noodzakelijk om een scan te maken om meer zekerheid over de diagnose te krijgen.

 

Behandeling

Er kan bestaan zowel niet-operatieve als operatieve behandelingen voor enkelartrose. Er wordt altijd eerst geprobeerd de klachten te verhelpen met een niet-operatieve behandeling. Er zijn verschillende soorten behandelingen mogelijk voor artrose. Welke behandeling het beste is voor u, hangt af van het type, de ernst en de mate van de artrose.

Niet operatieve mogelijkheden:

  • Schoenadvies
  • Steunzolen
  • Orthopedisch schoeisel
  • Brace of stappen met een wandelstok
  • Infiltratie met cortisone
  • Infiltratie met hyaluronzuur (gel)

Operatieve mogelijkheden:

  • Schoonmaken van het gewricht:

In de volgende gevallen kan een kijkoperatie zinvol zijn:

1) Schade aan het gewrichtskraakbeen of omliggende weke delen: 

Het enkelgewricht is bedekt met gewrichtskraakbeen. Kraakbeen is glad en het moet ervoor zorgen dat gewrichten soepel bewegen. Een lokaal kraakbeenletsel kan ontstaan na bijvoorbeeld een enkelletsel zoals een verstuiking van de enkel. De tijd tussen het moment van het letsel en het ontstaan van klachten is soms lang, meer dan een jaar is niet ongebruikelijk. De enkel doet pijn, voelt instabiel en kan ook opzwellen. Soms kan het ook gebeuren dat de enkel blokkeert, het voelt dan alsof de enkel niet meer kan bewegen. We spreken dan van van een gewrichtsmuis (los stukje kraakbeen) in het gewricht.



2) Impingement (inklemming van de enkel door botaangroei of verdikt slijmvlies): 
Aan de voor- en achterzijde van de enkel kan een inklemming voorkomen (ook wel impingement genoemd). Dit veroorzaakt pijn als de voet naar boven of beneden bewogen wordt. De enkel wordt dan beperkt in beweging en het kapsel aan de voor- of achterkant van de enkel zit bekneld. De beknelling aan de voorzijde wordt ook wel “voetballers-enkel”  genoemd en kan bijvoorbeeld ontstaan als de enkel vaak is verstuikt is.

Ingreep: Via twee of drie kleine steekgaatjes brengt de chirurg de camera en andere instrumenten in het gewricht. Met allerlei tangetjes en een soort stofzuiger (shaver) kan de specialist opereren in het gewricht. Er kan zowel via de voorkant van de enkel, als via de achterzijde van de enkel geopereerd worden, afhankelijk van de lokalisatie van het probleem. Met een kijkoperatie wordt het gewricht 'schoongemaakt'. Dit is een relatief kleine ingreep welke meestal doorgaat via dagziekenhuis. Met kleine tangetjes en shavers (soort stofzuigertjes) verwijdert de chirurg beschadigd kraakbeen en botuitsteeksels in en rondom het gewricht. Deze operatie is nuttig in een vroeg stadium van artrose. Als de operatie lukt, verminderen de klachten maar meestal verdwijnen ze vaak niet helemaal. Het kan een aantal maanden duren voordat het maximale effect is bereikt. Meestal mag u direct na de operatie direct steunen op uw geopereerde enkel. Soms is het echter noodzakelijk dat de enkel enkele weken ontlast wordt en moet u met krukken stappen. De meeste patiënten (75-80%) zijn tevreden met het eindresultaat van deze operatie. Er is helaas ook een kans van ongeveer 5% dat door deze operatie de klachten juist verergeren. Schoonmaken van het gewricht is bij enkelartrose nuttig in een vroeg stadium van artrose.

  • Vastzetten van het gewricht:

Artrodese is het aan elkaar vastmaken van de botten van een gewricht. Bij de enkel betekent dat, dat de tibia (het scheenbeen) wordt vastgezet aan het sprongbeen. Hierdoor kan de enkel niet meer bewegen. Over het algemeen is het vastzetten van de enkel een redelijk succesvolle operatie. Hoewel u het gewricht niet meer zoals normaal kunt gebruiken omdat het niet kan buigen, vermindert de pijn aanzienlijk of verdwijnt helemaal. Hierdoor wordt bewegen weer makkelijker. Bij het vastzetten van het gewricht wordt het laatste kraakbeen in het gewricht weggehaald. Dit gebeurt meestal via een kijkoperatie. De botuiteinden worden in de goede positie tegen elkaar geplaatst en vastgezet met schroeven onder de huid. Als het gewricht onder de enkel ook artrose vertoont is het soms om, via de hiel, een grote metalen staaf in te brengen die de enkel en het onderste spronggewricht allebei op hun plaats houdt, dit heet een dubbele fusie.

Na de operatie: Na de operatie is een gips noodzakelijk. Meestal kan na een aantal weken overgegaan worden op een loopgips. Gemiddeld heeft bot ongeveer 10 weken nodig om stevig aan elkaar te groeien, maar bij uitzondering kan het veel langer duren.

Beweeglijkheid van de voet: Mensen kunnen na een geslaagde operatie waarbij de enkel is vastgezet vrijwel normaal functioneren. Het grootste nadeel van deze operatie is dat de enkel niet meer kan bewegen. Hierdoor wordt het veel lastiger om goed af te rollen, of op de tenen te staan. Er blijft wel bewegelijkheid in de gewrichtjes van de middenvoet, zodat het lijkt alsof de enkel toch nog wat kan bewegen. Weinig mensen hebben na deze operatie aangepaste schoenen nodig. Het lopen op blote voeten kan iets lastiger zijn dan met schoenen (mensen met een stijve enkel zullen licht mankend lopen op blote voeten). De meeste mensen kunnen na deze operatie hun oude werk gewoon weer hervatten. Wel zullen de meesten wat beperkt zijn in sportactiviteiten zoals lopen en springen. Over het algemeen kunnen sporten zoals zwemmen, golf en fietsen normaal worden uitgeoefend.

  • Vervangen van het gewricht:

Bij een enkelprothese wordt het versleten gewricht vervangen door een prothese. Hierbij wordt een beperkte hoeveelheid bot uit uw enkel weggenomen, en wordt  hiervoor in de plaats een metalen bedekking geplaatst met daartussen een soort hard plastieken component.

De enkelprothese bestaat uit 3 delen:


Een metalen (chroomkobalt) component voor het scheenbeen



Een metalen (chroomkobalt) component voor de talus


Een plastic (polyethyleen) component die tussen de twee andere delen wordt geschoven

 Voor de fixatie van de twee metalen componenten wordt er geen botcement gebruikt. De achterzijden ervan zijn bekleed met hydroxyapatiet, wat de ingroei van bot gaat bevorderen waardoor de prothese als het ware vastgroeit in het originele bot. De prothesecomponenten zijn in verschillende maten beschikbaar om zo goed mogelijk aan te sluiten bij uw originele gewricht. Van de plastic component bestaan er verschillende dikten om de ligamentaire balans perfect in evenwicht te brengen, het nieuwe enkelgewricht mag namelijk niet te los, maar ook niet te stijf zijn.

Na de operatie: In principe mag u na enkele dagen naar huis. Na de ingreep wordt gewoonlijk een gips aangelegd. In principe mag deze gips bij ontslag uit het ziekenhuis worden vervangen door een loopgips waardoor u reeds kunt steunen op uw geopereerde been. De eerste dagen na de ingreep kan de enkel pijnlijk zijn. Hiervoor krijgt u de nodige pijntherapie. Geleidelijk aan zal de pijn afnemen. In de eerste weken is het aangeraden geregeld hoogstand aan te nemen voor het been, daar dit nog makkelijk zwelt bij te langdurig afhangen, met toenemende pijn tot gevolg. In de eerste weken is het belangrijk regelmatig ijs op uw enkel te leggen om de zwelling van de voet tegen te gaan. Tijdens gips immobilisatie wordt anti-tromboseprofylaxe toegediend (flebiet spuitjes). Dit bestaat uit dagelijkse spuitjes om flebitis of klontervorming en embolie tegen te gaan. De hechtingen zullen normaal gesproken na twee weken worden verwijderd op consultatie. Na een 4-tal weken mag u, zo mogelijk, normale (voldoende ruime) schoenen proberen. Soms is er echter nog wat zwelling, die geleidelijk afneemt. Daarom beter in het begin nog geen te nauw schoeisel dragen.

Revalidatie

Het is belangrijk om de beweeglijkheid van de tenen te trainen. In principe mag dit in uw gips onmiddellijk gestart worden. Eenmaal de wonde genezen is en het gips af raden wij u dan ook aan om de beweeglijkheid van de tenen en enkel te oefenen in het water door middel van wisselbaden (wisselen tussen koud en warm water). Dit zorgt ervoor dat uw gewrichten sneller terug soepel zijn en de zwelling zal hiermee sneller verdwijnen. Toch moet u er rekening mee houden dat een zwelling van de voet en enkel gedurende de eerste maanden niet abnormaal is. Het is ook aangewezen om kinesitherapie te volgen. De kinesist kan extra lymfedrainage geven en het gecorrigeerde gewricht sneller mobiel maken. Tevens kan een normaal gangpatroon terug worden aangeleerd. Het litteken zal geleidelijk verbeteren. Na het verwijderen van het gips mag u de voet hydrateren en het litteken masseren door het aanbrengen van een voetcrème of hydraterende crème. De huid wordt hierdoor terug soepel en de littekens mooier. Ook vermijdt u best direct zonlicht op uw litteken in het eerste jaar.

Verwachtingen

Een enkelprothese heeft tot doel u een pijnvrije, stabiele  en bewegelijke enkel te geven. Een normale bewegelijkheid (zoals een gezonde enkel) mag u niet verwachten. Voor het dagdagelijks leven zal de bewegelijkheid echter ruimschoots volstaan. Sportactiviteiten zoals zwemmen en fietsen zijn toegelaten. Wandelen is ook toegestaan. Loopsporten zijn echter niet aangewezen. Autorijden is meestal terug mogelijk na 6-8 weken. Verwachte levensduur prothese: uit studies is gebleken dat na 15 jaar nog 90% van de prothesen in een nog goede conditie verkeren. Doch veel hangt af van de activiteiten van de patiënt. Bij loslating van de prothese bestaan er technieken om de prothese eventueel te vervangen.

Mogelijke complicaties na enkel operaties:

De volgende complicaties zijn mogelijk na chirurgie, doch zijn hiertoe niet beperkt.

- Zwelling van de enkel: komt zeer vaak voor en zal meestal 2 tot 4 maanden aanhouden. Meestal neemt de zwelling door de dag wat toe.

- Wondinfectie: zoals bij elke heelkundige ingreep kan er een infectie optreden van de wonde, ondanks de genomen voorzorgen. Meestal is dit goed behandelbaar met aangepaste antibiotica.

- Diepe veneuze trombose, flebitis en longembolie: ondanks toediening van anticoagulantia kan deze verwikkeling soms toch nog optreden. Het betreft klontervorming in de aders die soms meegevoerd kunnen worden naar de longen (embolie). Een opname is dan vereist voor ontstollingstherapie die thuis meestal medicamenteus dient te worden voortgezet.

- Gevoelsverlies: gezien de huidzenuwen de insnedeplaats soms doorkruisen, kan hiervan rechtstreeks letsel optreden of door wondretractie (zenuwkneuzing). Dit veroorzaakt een tijdelijke of zelden blijvende gevoelloosheid in een deel van de voet.

- RSD: dit is een onverwachte stoornis van de lokale bloedsvoorziening met initieel uitgesproken zwelling, warmtegevoel, tintelingen, zweterigheid, klamheid en glanzen van de huid, alsook lokale osteoporose. Indien deze tekenen zich voordoen, dient u uw arts spoedig te contacteren, gezien er bij vroegtijdige behandeling meestal een gunstige prognose is.

- Loosening of niet ingroeien in het bot: ondanks de beste fixatietechnieken heeft het bot soms onvoldoende helingsneiging. Hierdoor kan het zijn dat het bot niet vastgroeit in het prothese Er kan dan een bijkomende ingreep vereist zijn.

- Risico’s van de verdoving: deze bespreekt U best met de anesthesist.

Achillespees

Introductie

https://encrypted-tbn1.gstatic.com/images?q=tbn:ANd9GcR4EzluSho-NIGPp64cFRV1YqGnc88xjfSPlyBlhIUwo8_y1Fw De Achillespees is een van de sterkste pezen in het lichaam . Deze pees gaat uit van de spieren achteraan in het onderbeen en hecht aan op het hielbeen.  Ontsteking van de achillespees komt vaak voor. Er zijn hierbij 2 grote groepen van patiënten. Een eerste groep zijn jonge sportieve patiënten die hinder ondervinden, vaak in de periode dat ze hun sportactiviteiten opbouwen: bv lopers (start-to-run) of tennissers aan het begin van het seizoen. De ontsteking zit hier vooral in het het vlies rond de pees. De pees zelf vertoont geen echte problemen en dit is een overbelastingsletsel. Een tweede groep patiënten is eerder van middelbare leeftijd en ondervindt hinder bij matige sportactiviteiten, of zelfs in het dagelijkse leven bv rechtstaand werk of wandelingen. Bij deze patiënten is er een degeneratie (verminderde kwaliteit) van de pees zelf die meespeelt.

Klachten

Achillespeesproblemen geven pijn achteraan in het onderbeen, soms tot op de hiel. De pijn treedt initieel vooral op bij begin en na beëindigen van sportactiviteiten. Tijdens het sporten is de pijn meestal minder. Als de ontsteking uitgebreider is kan deze meer continu aanwezig zijn en kan sporten of zelfs normaal stappen zeer pijnlijk worden. Vaak is er een pijnlijke verdikking voelbaar in de pees, enkele centimeters boven de aanhechting op de hiel. Dit komt vaker voor bij oudere patiënten met degeneratie van de pees. Bij het klinisch onderzoek valt vaak op dat de achillespees verkort is.

Diagnose

Meestal is de diagnose zeer duidelijk door het verhaal en het onderzoek en kan een behandeling worden ingesteld zonder verdere onderzoeken. Op een radiografie zijn soms verkalkingen zichtbaar aan de aanhechting van de pees. Op een echografie kan de ontsteking rond, voor of in de pees beter worden beoordeeld. Wanneer er geen verbetering is met conservatieve therapie is een MRI het ideale onderzoek. Dit onderzoek geeft het beste beeld van de kwaliteit van de pees en de uitgebreidheid van de ontsteking met eventuele slijmbeursontsteking of kleine scheurtjes in de pees.

Behandeling

In eerste instantie proberen we dit probleem conservatief (niet-operatief) te behandelen. Voor sporters betekent dit meestal tijdelijk onderbreken van hun sport activiteiten. Vermindering van ontsteking kan gebeuren door een bad van ijswater te nemen of door ijs te leggen op de pijnlijke zone. Verder kunnen ontstekingsremmers (NSAID's) gebruikt worden gedurende enkele dagen. Belangrijk is dat de pees goed op lengte is. Oefeningen zijn de hoeksteen van de behandeling om de pees beter op lengte te krijgen. Deze oefeningen moet u thuis dagelijks doen om een goed resultaat te krijgen. Een kinesist kan helpen bij het stretchen van de spieren en de behandeling van de acute ontsteking. Het gebruik van een ophogende hielcup in de schoen zorgt ervoor dat de pees wat minder gespannen is. Deze zorgt ook voor schokabsorptie en kan daarmee helpen de pijn te bestrijden. Een andere mogelijkheid voor de behandeling van achillespees ontsteking is shockwave therapie. Het is een niet-invasieve methode die enkel wordt gebruikt indien andere conservatieve behandelingen weinig resultaat geven. De conservatieve behandeling kan lang duren voordat deze succesvol is: 3 tot 6 maanden. Hoe langer de klachten aanwezig zijn, hoe langer de klachten zullen blijven duren.

Oefenschema

 o Oefening 1: oprekken van  Achillespees

- Leun voorover tegen een muur, met één knie gestrekt en de andere gebogen. (als je twee voeten pijn doen, moet je de positie afwisselend veranderen om elke voet op te rekken): de pijnlijke hiel wordt het verst van de muur geplaatst (met de knie gestrekt).
- Terwijl u voorover buigt wordt het gestrekte been geoefend: u voelt de hiel en de boog van uw voet oprekken. U zal hierbij een duidelijke spanning in uw kuit voelen.
- Stretch en hou het tien seconden vol, waarna u kan ontspannen en rechtstaan, daarna twintig keer hernemen. Bij problemen langs de twee kanten ook de andere kant hetzelfde oefenschema.

Oefening 2: leun voorover terwijl u op een tafel of stoel leunt

- Buig beide knieën en ga voorzichtig hurken. Probeer zo lang mogelijk uw hielen op de grond te houden terwijl u hurkt.
- U voelt uw Achillespees en voetboog uitrekken op het ogenblik dat uw hiel van de grond komt. Als u die spanning voelt, probeer dan die positie voor tien seconden vol te houden en sta dan recht. Herneem deze oefening twintig keer.

 o Oefening 3: sta op de onderste trede van een trap

- Sta op de onderste trede van een trap en zoek een evenwicht op de bal van uw voet.
- Laat heel traag uw hielen zakken zover u kan, tot u uw kuitspieren echt voelt uitrekken.
- Probeer die positie voor tien seconden vol te houden, en kom dan weer recht. Herhaal deze oefening twintig keer.

Operatie

Indien conservatieve behandeling niet slaagt, kan er worden overgegaan op een operatie. Afhankelijk van de ernst van uw probleem, zijn er verschillende mogelijkheden.

Arthroscopie: Met een kijkoperatie kan extra bot en de slijmbeurs op de hiel worden weggenomen. Doordat deze ingreep met kleine wondjes gebeurd geneest dit meestal sneller dan een klassieke ‘open’ operatie. Uiteraard heeft het herstel tijd nodig na de ingreep. Een gipsimmobilisatie is echter niet nodig en u mag onmiddellijk stappen op de geopereerde voet.

Minimaal invasief:  Dit betekent dat via enkele kleine sneetjes de peesschede wordt opengemaakt om de pees meer ruimte te geven. Uiteraard heeft ook hier het herstel tijd nodig na de ingreep. Een gipsimmobilisatie is echter niet nodig en u mag onmiddellijk stappen op de geopereerde voet.

Open release: Bij deze techniek wordt de pees vrijgemaakt en wordt het ontstoken of degeneratieve weefsel verwijderd. Afhankelijk van de kwaliteit van het overgebleven peesweefsel moet er al dan niet een verstevigende hechting. Na de operatie zal u tijdelijk een gips nodig hebben.

Augmentatie: Hierbij wordt de buigspier/pees van uw grote teen gebruikt om de achillespees te verstevigen of te vervangen. Deze techniek wordt alleen toegepast bij zeer ver gevorderde ontsteking. Na de operatie zal dan langere tijd gips noodzakelijk zijn.

Hielspoor en fasciitis plantaris

Omschrijving: Fasciitis Plantaris en hielspoor zijn aandoeningen ter hoogte van de voeten die niet zo gekend zijn maar waar toch redelijk wat mensen aan lijden.

- Fasciitis plantaris: Ter hoogte van de voetzool loopt een dik peesblad namelijk de fascia plantaris. Deze fascia verbindt het hielbeen met de bal van de voet en zorgt voor stabiliteit en het buigen van de tenen. Fasciitis plantaris is een ontsteking van dit peesblad onder de voetzool. Wanneer uw voet op de grond staat, draagt de fascia plantaris het volledige lichaamsgewicht. Door dit gewicht wordt de fascia plantaris uitgerokken. Hierdoor kunnen er kleine scheurtjes ontstaan ter hoogte van het aanhechtingspunt met het hielbeen. Normaal gezien zorgt het lichaam voor herstel van de scheurtjes. Bij overbelasting kunnen kleine scheurtjes ontstaan die niet herstellen. Dit lokt een ontstekingsreactie uit. Het is vooral de ontstekingsreactie die de klachten veroorzaakt.

- Hielspoor: De benige uitwas (doornvormige verkalking) onder het hielbeen ter hoogte van de aanhechting van het peesblad is een zgn. hielspoor (spina calcaneï). Door onderzoek mag worden aangenomen dat bij ongeveer 75% van de volwassen bevolking een dergelijke benige uitwas wordt aangetroffen. Dit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs te leiden tot het ontstaan van pijn. Hevige, aanhoudende pijn onder de hiel wordt veelal aangeduid met het begrip 'hielspoor'. Deze benaming wordt beter begrepen dan de werkelijke naam: ‘Fasciïtis Plantaris’. Veelal is dit het gevolg van overbelasting. De kenmerkende klacht bij een hielspoor is een nauwkeurig aan te duiden, felle pijn onder de hiel.

Oorzaken

Hielspoor en fasciitis plantaris zijn overbelastingsletsels.

Ze komen frequent voor bij:

1. Loopsporten (hardlopen, tennis, golf, wandelen...)
2. Langdurig gebruik van schoenen met te zachte zolen
3. Dragen van schoenen met hoge hakken
4. Staand beroep
5. Overgewicht (een beperkte gewichtstoename kan genoeg zijn om klachten uit te lokken)
6. Standsafwijkingen van de voet zoals platvoeten of holle voeten

Klachten

Pijn ter hoogte van de onderkant van de hiel is het belangrijkste symptoom.
’s Morgens bij het opstaan en bij het rechtstaan na lang zitten is de pijn het ergst. In de loop van de dag kan de pijn afnemen maar op het einde van de dag kan er sprake zijn van een continue doffe pijn aan de binnenkant van de hiel of over de gehele voetzool (dit neemt wel weer af bij rust). Pijn in het midden van de voetzool. Er kunnen ook ontstekingsverschijnselen aanwezig zijn (roodheid/zwelling)

Diagnose van hielspoor

In de meeste gevallen is dit een klinische diagnose waar geen beeldvorming voor noodzakelijk is. Soms wordt er een radiografie of een echo van de hiel genomen om andere oorzaken van hielpijn uit te sluiten. In sommige gevallen kan een doornvormige verkalking te zien zijn.

http://ortho-kortrijk.be/files/articles_101_67768592.jpghttp://ortho-kortrijk.be/files/articles_101_83468592.jpg

Behandeling

Vermindering van ontsteking kan gebeuren door een bad van ijswater te nemen of door ijs te leggen op de pijnlijke zone. Verder kunnen ontstekingsremmers (NSAID's) gebruikt worden gedurende enkele dagen.

Voor de behandeling op lange termijn zijn er vier mogelijke stappen.

1. Orthopedische steunzolen en oefeningen, 2. Infiltratie met cortisone, 3. Extra corporele shockgolf therapie, 4. Operatie

1. Orthopedische steunzolen en oefeningen

Hielspoor ontstaat door overbelasting. Door de orthopedische steunzolen wordt overbelasting gereduceerd omdat de pees welke ontstoken is, in zijn functie ondersteund wordt. Indien er een abnormale stand is van de voet wordt dit ook gecorrigeerd door de steunzolen (holvoeten/platvoeten).  Oefeningen zijn de hoeksteen van de behandeling. Deze oefeningen moet u thuis dagelijks doen om een goed resultaat te krijgen. Kinesitherapie is in principe niet nodig maar kan voorgeschreven worden om u deze en eventueel andere oefeningen aan te leren en te helpen correct uit te voeren.

Macintosh HD:Users:markvandijk:Desktop:fascia1.png o Oefening 1: De belangrijkste oefening is het stretchen of uitrekken van het peesblad zelf. Ze wordt best gedaan voordat u begint te stappen na een periode van rust (s morgens bij het opstaan).

- Ga zitten met uw één been gekruist over het andere.
- Trek uw tenen naar omhoog.
- U zal zien dat het peesblad nu opgespannen wordt. Houd dit 10 seconden aan terwijl u het peesblad zachtjes masseert.
- Herhaal deze oefening 10 keer.

Macintosh HD:Users:markvandijk:Desktop:fascia4.jpg o Oefening 2: oprekken van  Achillespees

- Leun voorover tegen een muur, met één knie gestrekt en de andere gebogen. (als je twee voeten pijn doen, moet je de positie afwisselend veranderen om elke voet op te rekken): de pijnlijke hiel wordt het verst van de muur geplaatst (met de knie gestrekt).
- Terwijl u voorover buigt wordt het gestrekte been geoefend: u voelt de hiel en de boog van uw voet oprekken. U zal hierbij een duidelijke spanning in uw kuit voelen.
- Stretch en hou het tien seconden vol, waarna u kan ontspannen en rechtstaan, daarna twintig keer hernemen. Bij problemen langs de twee kanten ook de andere kant hetzelfde oefenschema.

Macintosh HD:Users:markvandijk:Desktop:fascia3.jpg o Oefening 3: leun voorover terwijl u op een tafel of stoel leunt

- Buig beide knieën en ga voorzichtig hurken. Probeer zo lang mogelijk uw hielen op de grond te houden terwijl u hurkt.
- U voelt uw Achillespees en voetboog uitrekken op het ogenblik dat uw hiel van de grond komt. Als u die spanning voelt, probeer dan die positie voor tien seconden vol te houden en sta dan recht. Herneem deze oefening twintig keer.

Macintosh HD:Users:markvandijk:Desktop:fascia2.jpg o Oefening 4: sta op de onderste trede van een trap

- Sta op de onderste trede van een trap en zoek een evenwicht op de bal van uw voet.
- Laat heel traag uw hielen zakken zover u kan, tot u uw kuitspieren echt voelt uitrekken.
- Probeer die positie voor tien seconden vol te houden, en kom dan weer recht. Herhaal deze oefening twintig keer.

2. Infiltratie met cortisone

Indien de pijn blijft bestaan, kan er geopteerd worden voor infiltraties met cortisone. Cortisone werkt ontstekingsremmend en remt het afweersysteem. Dit product zal met behulp van een spuitje rechtstreeks aangebracht worden ter hoogte van de aanhechting van de fascia plantaris. Het aantal infiltraties moet beperkt blijven, want dit product kan uw afweersysteem ernstig aantasten. Meestal zal de arts niet meer dan drie infiltraties geven voor de behandeling van hielspoor. Dit wordt pas gegeven indien een langdurig oefenschema geen verbetering van de klachten heeft opgeleverd.

3. Extra corporele shockgolf therapie

Een andere mogelijkheid voor de behandeling van hielspoor is shockwave therapie. Het is een niet-invasieve methode die enkel wordt gebruikt indien andere conservatieve behandelingen weinig resultaat geven. Deze shockwave therapie vernietigt verkalkingen en helpt chronische ontstekingen genezen.

4. Chirurgie

Voor de behandeling van hielspoor wordt zelden chirurgisch ingegrepen. Enkel bij een hardnekkig hielspoor gepaard met hevige pijnen kan chirurgie van pas komen.

Kleine teen (bunionette)

Introductie

Een bunionette is een bult bij het begin van de kleine teen. Soms gaat dit samen met een ontsteking van de slijmbeurs op de plek van de bult. Een slijmbeurs is een kleine, met vocht gevulde holte onder de huid. De kleine teen kan bij een bunionette meestal wel helemaal normaal bewegen, en het gevoel en de doorbloeding van de teen zijn ook normaal. Bij een bunionette staat het kopje van het buitenste middenvoetsbeentje, dat is het voetbotje achter de kleine teen, wat teveel naar buiten. Hierdoor komt er een bult aan de buitenkant van de voet. Er zijn verschillende manieren waarop het kopje van het middenvoetsbeentje naar buiten kan staan.

.

Een bunionette ontstaat door druk op de zijkant van de voet. De bunionette heet ook wel kleermakers-bunion omdat kleermakers deze aandoening vroeger vaak hadden. Kleermakers zaten destijds tijdens hun werk met gekruiste benen op de grond in 'kleermakerszit' en door de druk aan de zijkant van de voet ontstond de bunionette. Tegenwoordig is de oorzaak van een pijnlijke bunionette vaak de combinatie van (erfelijke) aanleg en het dragen van te smalle schoenen. Als uw schoen de hele tijd op dezelfde plaats drukt, wordt dit op den duur steeds pijnlijker.Oorzaak

Klachten

De bult wrijft tegen de zijkant van de schoen, dit is pijnlijk. Ook de slijmbeursontsteking op de plaats van de bult kan zeer pijnlijk zijn. De pijn is het ergst bij het dragen van schoenen. Wanneer de bult groot is, kan het moeilijk zijn om passend schoeisel te vinden.

Diagnose

De diagnose kan meestal klinisch worden gesteld. Om een onderscheid te kunnen maken tussen de verschillende vormen is een radiografie (Rx) aangewezen.

Behandelingsmogelijkheden

Er bestaan zowel operatieve als niet-operatieve mogelijkheden om het probleem aan te pakken.

Niet operatief:

Bij de niet-operatieve behandeling wordt uw schoen aangepast of u krijgt een hulpmiddel waardoor u lekkerder loopt. Een niet-operatieve behandeling is de beste keuze wanneer de bunionette nog niet veel pijn doet en u nog makkelijk schoenen kunt dragen. Ook bij een erge bunionette zijn niet-operatieve behandelingen mogelijk. Hieronder leest u verschillende mogelijkheden.

  • Schoenadvies: lage hakken, brede schoenen, soepel leer
  • Schoen lokaal oprekken
  • Therapiezool: vooral in combinatie met een spreidvoet
  • Therapiekousen
  • Gel-laag
  • Vilt.

Operatief:

Soms zal een operatie nodig zijn om de klachten te verminderen. Een operatie moet alleen worden overwogen als de niet-operatieve behandeling is mislukt.

Een bunionette wordt op verschillende manieren geopereerd. Welke operatie wordt uitgevoerd, hangt af van het type en de ernst van de bult.

  • Verwijderen stukje bot
  • Verschuiven kopje van het middenvoetsbeentje
  • Doorzagen deel van het middenvoetsbeentje

In sommige gevallen kan deze ingreep percutaan gebeuren dat wil zeggen met een kleine steekincisie wordt de correctie bekomen.

Hamerteen en klauwteen

Introductie

48661_nl_editor%2520photo63 Dit zijn de kleine tenen (tweede tot vijfde teen) die een contractuur vertonen in één of meerdere gewrichtjes.  Deze abnormale kromming zorgt ervoor dat de teen gedrukt wordt in de schoenen, wat tot problemen leidt.

De oorzaak

De oorzaak is meestal te zoeken in een onevenwicht van spier- en peescontracties.  Dit onevenwicht ontstaat meestal als gevolg van mechanische veranderingen van de voet over verloop van de leeftijd.  Uiteraard wordt dit verergerd door het niet dragen van aangepast schoeisel. In een zeldzaam geval wordt een hamerteen veroorzaakt door een trauma. Sommige hamertenen zijn aangeboren.

Klachten

Pijn of irritatie van de teen. Pijnlijke eeltvormingen op verschillende plaatsen zijn mogelijk, die hard of zacht voorkomen, afhankelijk van hun lokalisatie. Pijn in de voet aan de onderzijde als gevolg van het ontstaan van een luxatie van de teen aan de basis.

De behandeling

Er bestaan zowel operatieve als niet-operatieve mogelijkheden om het probleem aan te pakken.

Niet operatief: Een aantal niet chirurgische behandelingen kunnen worden voorgesteld:

-           Wegnemen van de eelten.  Dit gebeurt best door een professionele pedicure of podologe.
-           Bedekken van de eelten.  Dit gebeurt ook best door een pedicure of podologe. 
-           Dragen van een steunzool.  Dit zal voornamelijk helpen als de hamerteen nog flexibel is.
-           Aanpassen van het schoeisel; vermijden van te nauw schoeisel met voldoende ruimte voor de kleine tenen.

Chirurgische behandeling: In de gevallen dat de hamerteen rigide geworden is, is chirurgie de beste oplossing om de pijn en het discomfort te vermijden.

De verschillende behandelingsmogelijkheden zijn:
-           Artroplastie:
            Hierbij wordt een kleine stukje van het been van het aangetaste gewrichtje verwijderd, met de bedoeling een correctie uit te voeren van de stand. Een tweede mogelijkheid is het uitvoeren van een artrodese. Hierbij wordt het aangetaste gewrichtje in zo’n positie geplaatst dat het in die
            positie vastgroeit.  Dit gebeurt meestal door pinfixatie, te voorzien voor ± 5 weken. 
-           Correctieve osteotomie van de teen: Meestal bij een luxatie van het MTP-gewricht (Weil-osteotomie).
-           Weke delen chirurgie:Meestal extensorverlenging of transferts van flexorpezen.

Het type chirurgie dat noodzakelijk zal zijn voor u wordt best tijdens de voorafgaande consultatie besproken. Hierbij wordt rekening gehouden met het aantal betrokken tenen, de ernst van de afwijking, de oorzaak, de leeftijd van de patiënt.

Hallux Valgus

Introductie

"Hallux" is de Latijnse benaming voor de grote teen. Bij een "hallux valgus" gaat de grote teen in de richting van de kleine teen groeien (= valgus). Samen met dit groeien, ontstaat er aan de binnenzijde van de basis van de grote teen een benige knobbel (= bunion), deze ontstaat door het deviëren van het middenvoetbeentje van de grote teen naar binnen. Het gewrichtje waarrond het allemaal te doen is noemt men het MTP (=metatarso-phalangeaal) gewricht. Naast het gewricht, zijn er ook veranderingen ter hoogte van de weke delen; zo zien we uitrekking van kapsel, ligamenten en spieren aan de binnenzijde en inkrimpen/samentrekken van de structuren aan de buitenzijde.

BunionsHallux valgus en bunions

Oorzaak

Voornamelijk door schoenen

Schoenen zijn de belangrijkste uitwendige factor die het ontstaan en de evolutie van hallux valgus beïnvloeden. Voornamelijk de damesschoenen die frequent te smal zijn (uit studie is gebleken dat deze gemiddeld ongeveer 2cm te smal zijn voor de voet), plus het feit dat deze vaak een hoge hiel hebben, wat de druk op de voorvoet nog doet toenemen.

Voornamelijk bij vrouwen

De frequentie van hallux valgus bij vrouwen is 9-maal hoger dan bij mannen. Dit kan deels door erfelijke factoren (uit studies is gebleken dat 60% van de gevallen familiaal zijn) verklaard worden maar ook de modieuze vrouwenschoen is hiervoor verantwoordelijk.

Types hallux valgus

Grosso modo onderscheiden we 2 vormen; de juveniele hallux valgus, indien hij ontstaan is voor of tijdens de puberteit. En de adulte hallux valgus, indien hij later ontstaat.

Klachten

Meest frequent situeert de pijn zich aan de benige knobbel. De bunion begint te ontsteken (bursitis of slijmbeursontsteking) en wordt vuurrood en zeer pijnlijk. De grootte van de bunion is niet steeds bepalend voor de graad van pijn die men heeft, zo kunnen mensen met een relatief kleine bunion veel pijn hebben en niet meer in staat zijn om nog op een comfortabele manier schoenen te dragen. Maar daarnaast komt men ook klagen over pijn thv het gewrichtje aan de basis van de teen of pijn boven/onder de 2de teen. Ook het probleem van het dragen van schoenen of het uitzicht van de voet zijn vaak terugkomende klachten.

Behandeling

Conservatief

Aanvankelijk proberen we steeds het probleem aan te pakken zonder operatie (=conservatief), er zijn dan 3 punten waarop we kunnen ingrijpen:

  1. Schoenaanpassingen:

    • Het vermijden van smalle schoenen en hoge hakken (liefst minder dan 3 cm).

    • Probeer steeds schoenen aan te schaffen die vervaardigd zijn uit zacht leder, en laat indien mogelijk de schoen uitrekken over de bunion. Let er ook steeds op dat er geen naad is ter hoogte van de bunion (dit geeft irritatie en alle gevolgen van dien).

    • In uitgesproken gevallen kan er steeds gedacht worden aan het laten maken van schoenen op maat ((semi-)orthopedische schoenen)

  2. Steunzolen: Deze zijn zeker aan te raden in het geval dat er ook platvoeten (= pes planus) of metatarsalgie-klachten (= pijn thv de bal van de voet) aanwezig zijn. Opgelet: deze verkleinen op hun beurt de plaats in de schoen!

  3. Nachtspalken: Het is belangrijk om te weten dat deze de aandoening niet corrigeren, bij de juveniele vorm kan men ze proberen te gebruiken om een verergering tegen te gaan.

Operatief

Er zijn 2 grote redenen voor een operatie:

  1. de pijnlijke hallux valgus die niet verbeterd met de bovenstaande niet-operatieve behandeling

  2. de weinig pijnlijke, maar snel toenemende hallux valgus

Belangrijk om te weten is dat er geen zogenaamde "standaardoperatie" is voor de hallux valgus. De aangewende methode zal onder andere afhangen van : eventuele onderliggende anatomische afwijkingen, vb artrose, de ernst (gradatie) van de afwijking, de leeftijd en activiteitsniveau van de patiënt.

We kunnen de ingrepen indelen in 4 grote groepen, vaak worden er combinaties gemaakt met deze technieken.

  1. Het herstellen van de weke delen: dit is vooral het corrigeren van de uitgerokken/ingekrompen structuren rond het MTP-gewrichtje.

  2. Osteotomie: dit is het breken van de teen, waarna hij opnieuw wordt rechtgezet en gefixeerd met schroefjes.

  3. Arthrodese: dit is het verwijderen van het MTP-gewricht en fixeren van het overgebleven bot, met als doel het aan elkaar vastgroeien van grote teen en middenvoetsbeentje in gecorrigeerde positie.

Video: Zorgpad Hallux Valgus

 

Hallux rigidus

Introductie

Hallux_rigidus De naam hallux rigidus komt van het Latijn, waarbij hallux betekent ‘grote teen’ en rigidus betekent dat de teen rigide of stijf wordt. Hallux rigidus is in feite een vorm van artrose (afslijten van het kraakbeen in het MTP-gewricht van de grote teen). Zoals artrose is hallux rigidus of MTP I-artrose een progressieve aandoening, waarbij de mobiliteit van de teen over verloop van tijd vermindert. In eerste instantie is de mobiliteit ietwat beperkt, doch naarmate het probleem vordert wordt de mobiliteit van het MTP-gewricht beperkter totdat in feite de teen volledig rigide voorkomt.

De oorzaak

Erfelijke belasting als gevolg van een voettype dat gemakkelijker aanleiding geeft tot deze afwijking. Aandoeningen zoals reumatoide arthritis of jicht.

Klachten

Pijn en stijfheid in de grote teen tijdens het lopen, wandelen. Zwelling, inflammatie rondom het MTP-gewricht. Vermoeidheidsgevoel in de teen. Toenemende pijn, zelfs bij rust. Moeilijkheden om gewoon schoeisel te dragen. In ernstige gevallen mankende gang.

De diagnose

Hoe sneller de conditie kan herkend worden, hoe gemakkelijker te behandelen. Indien één van de symptomen zoals hierboven beschreven voorkomt, is het geraadzaam uw huisarts of specialist te contacteren. Hierbij zal de voet door de huisarts of specialist onderzocht worden, met meestal een aanvullende radiografie. In sommige gevallen wordt eveneens een biochemie afgenomen.

De behandeling

Niet chirurgische behandeling: Indien de aandoening vroeger erkend wordt, kan een niet chirurgische behandeling succesvol zijn, in die mate dat chirurgie soms volledig kan vermeden worden.

De behandelingsmogelijkheden voor een milde vorm van hallux rigidus kunnen bestaan uit:

         - Aanpassen van een steunzool met afrol in de voorvoet, zodat de grote teen minder belast wordt.
         - Aanpassen van het schoeisel, waarbij er een voldoende grote teenbox aanwezig is.
         - Medicatie: analgetica of niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen.
         - Injecties: zeer zeldzaam kan een corticoidinfiltratie gebeuren, doch dit draagt zeker niet onze voorkeur.
         - Behandeling van een onderliggende pathologie zoals b.v. jicht.

Chirurgie:
In sommige gevallen kan alleen een operatief ingrijpen de symptomen als gevolg van hallux rigidus doen verdwijnen.

Hierbij zijn er twee grote groepen chirurgische ingrepen mogelijk:

Gewrichtssparende chirurgie:
Hierbij wordt het gewricht als het ware proper gemaakt (cheilectomie). Deze procedures zijn zo gemaakt dat ze het normaal alignement en de normale functie van het gewricht behouden en herstellen en de pijn doen verdwijnen.

Procedures waarbij het gewricht niet kan worden bewaard:

Deze kan men nogmaals indelen in artrodese of arthroplastie.
- Bij een artrodese wordt het gewricht vastgezet in een bepaalde positie, die ervoor zorgt dat de pijn volledig verdwijnt en een normaal gangpatroon nog kan worden behouden, dit mits het preoperatief afspreken met de chirurg om een bepaalde hakhoogte niet te overschrijden. 
- Een tweede mogelijkheid is het uitvoeren van een artroplastie.  Hierbij wordt het gewricht vervangen door een prothese zoals gebeurt bij een heup en knie. 
Deze procedure zorgt ervoor dat het gewricht pijnloos wordt, doch nog met enige mobiliteit in vergelijking met een artrodese.                                                        

Morton neurinoom

Introductie

Een Mortons neuroom is een verdikking in de gevoelszenuw van de tenen. Deze zenuw loopt tussen de middenvoetsbeentjes door naar de tenen. Het Mortons neuroom zit meestal in de zenuw tussen de 3e en 4e teen (geteld vanaf de grote teen). De zwelling en verdikking van de zenuw, welke leiden tot een neurinoom, zijn het gevolg van compressie en irritatie van de zenuw.

morton

De oorzaak

Het is niet helemaal duidelijk hoe deze zenuwverdikking precies ontstaat. Waarschijnlijk ontstaat het wanneer de zenuw steeds opnieuw een beetje beschadigd wordt, bijvoorbeeld doordat hij even klem zit tussen de kopjes van de middenvoetsbeentjes. Dit kan gebeuren bij het dragen van te nauwe schoenen. Een doorgezakte voet kan ook extra druk op de zenuwtjes geven.

De risicofactoren zijn:

- Het dragen van nauwe schoenen of hoge hakken;

- Sporten die veel van de voeten vragen zoals hardlopen;

- Sporten waarbij men nauwe schoenen draagt, zoals klimmen, schaatsen en skiën;

- Voetvormafwijkingen zoals een scheve grote teen (hallux valgus), hamertenen, doorgezakte Voorvoet, platvoeten en hypermobiliteit van de gewrichten;

- Het komt veel vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Klachten

  • Tintelingen, branderig gevoel, gevoelloosheid in de tip van de tenen.
  • Pijn.
  • Gevoel van zwelling in de voetonderzijde.

In eerste instantie zullen de symptomen mild zijn en alleen optreden bij het dragen van nauwe schoenen.  Nadien kunnen de klachten blijven bestaan, zelfs zonder het dragen van schoeisel.

Diagnose

Indien één van de symptomen aanwezig is, wordt best de huisarts of de orthopedisch chirurg gecontacteerd.  Via klinisch onderzoek zal men proberen de symptomen te reproduceren.  Technische onderzoeken zoals echografie en NMR kunnen de diagnose bevestigen.

De behandeling

  1. Niet chirurgische behandeling:

    1. Steunzolen: Er kan een therapiezool gemaakt worden waarmee er geen druk meer komt op het neuroom van Morton. Hierdoor verminderen de klachten en wanneer de klachten niet chronisch zijn kan een therapiezool voor herstel zorgen. Herstel van een neuroom gaat langzaam. Ervaring leert dat een neuroom met de juiste therapiezool kan herstellen met een snelheid van 1 mm per jaar. Neuromen die klachten geven zijn meestal 5 mm of dikker in doorsnede. Volledig herstel duurt dus minstens een paar jaar. Bij een dik neuroom is een dikke therapiezool nodig, omdat een diep gat in de therapiezool gemaakt moet worden om het neuroom drukvrij te leggen. Hiermee moet u rekening houden bij uw schoenkeuze; om een goed effect te bereiken, moet u een schoen hebben die breed genoeg is en een uitneembare binnenzool heeft, en geen hoge hak.

    2. Schoenadvies: Omdat het neuroom tussen de kopjes van de middenvoetsbeentjes ligt, 'plopt' deze er tussenuit als de voet samengeknepen wordt. Het neuroom ligt dan als het ware onder uw voet en bij elke stap die u zet, trapt u erop. Daarom moet de schoen in de breedte bij de bal van de voet voldoende ruimte bieden. U kunt hiervoor 'natuurvorm' schoenen aanschaffen met uitneembare binnenzool, zodat er ruimte is voor uw therapiezool. Het is extra belangrijk dat u zich in een schoenenwinkel goed laat adviseren.

    3. Ontstekingsremmers: deze dienen om een ervoor om zowel de pijn te verminderen als de lokale ontsteking tegen te gaan. Deze mogen wel slechts tijdelijk genomen worden.

    4. Infiltratie: In sommige gevallen kan een injectie met een corticosteroïden (dit is bijnierschorshormoon) de prikkeling in het zenuwtje verminderen. Corticosteroïden werken ontstekingsremmend. Zo’n injectie kan twee, maximaal drie maal gegeven worden. Het nadeel van een injectie is dat het onderhuids vetweefsel erg dun kan worden door de cortisone. De injectie geeft een goede, maar vaak een tijdelijke klachtenverminderin

2. Chirurgische behandeling:  hiertoe wordt slechts beslist indien niet operatieve behandelingen hebben gefaald.

Er zijn twee chirurgische mogelijkheden:
- Verwijderen van het neurinoom: Soms is het niet mogelijk een zenuwsparende ingreep te doen. Bijvoorbeeld als de zenuw niet goed tussen de middenvoetsbeentjes te drukken valt. Dit is goed te beoordelen met een echo van de voet. Om het neurinoom te verwijderen, wordt een snee gemaakt aan de bovenzijde of onderzijde van de voet op de plaats van het neurinoom van Morton, tussen twee tenen in. Het neurinoom van Morton wordt verwijderd samen met een gezond stuk van de zenuwtakjes, dit om te voorkomen dat de verdikking (snel) terugkomt. Dan wordt de huid weer gesloten met een oplosbare hechting.

- Vrijleggen van het neurinoom: Er wordt een kleine opening gemaakt aan de bovenzijde van de voet op de plaats van het neurinoom van Morton, tussen twee tenen in. Via deze kleine opening kan het bandje waaronder het neurinoom ligt, worden doorgesneden, zo krijgt het neurinoom meer ruimte. Het neurinoom blijft gewoon zitten bij deze methode. Alleen het bandje wordt doorgenomen. De ervaring leert dat het neurinoom hiermee de kans krijgt naar omhoog te bewegen als u gewicht op de voorvoet zet. Daarmee wordt de pijnlijke 'plop' die gevoeld wordt bij een neurinoom van Morton niet meer gevoeld (zie de bijgevoegde afbeeldingen).

Ingegroeide teennagel

ingegroeide-teennagel Omschrijving: Een ingegroeide teennagel komt meestal voor bij een grote teen. De binnen- of buitenrand van de nagel is dan in de huid gegroeid en heeft aanleiding gegeven tot irritatie, pijn of een ontsteking. Waarom zo'n teennagel ingroeit is niet met zekerheid bekend. Misschien ligt het aan het schoeisel (te nauw, te smal) of aan de bouw van de teen en nagel zelf (licht gekanteld, waardoor bij het lopen een nagelrand te veel in de huid drukt) of door het te kort inknippen van de nagel in de hoekjes.

Ingegroeide nagels komen relatief veel voor bij adolescenten. Waarschijnlijk is dit het gevolg van een combinatie van dunne nagels (door snelle groei), en te kleine schoenen (ook vaak door snelle groei). Opmerking: een beginnende schimmelnagel kan lijken op een ingegroeide nagel en in eerste instantie tot dezelfde verschijnselen leiden.

Nagels knippen: De nagels regelmatig recht afknippen, verkleint de kans op ingroeiende nagels. Knip de nagels bij voorkeur net nadat u in bad of onder de douche bent geweest. De nagels hebben dan een hoog vochtgehalte waardoor deze minder kwetsbaar zijn. Knip ze vooral niet te kort en bijt of scheur de nagels niet af, zodat ze kunnen inscheuren.

Nagellak: Nagellak is een goed middel om de nagels te verstevigen en te beschermen. Helaas is nagellakremover wel schadelijk voor de nagels, met name remover met aceton. Gebruik daarom niet te vaak nagellak remover en kies een middel zonder aceton.

Bijkomend onderzoek: Meestal is geen nader onderzoek nodig. Een enkele keer kan de arts, afhankelijk van de bevindingen, een röntgenfoto van de teen laten maken.

Behandeling

Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden, afhankelijk van de ernst van ingroeiing van de nagelrand.

• Wanneer de nagelrand een beetje ingroeit of dreigt in te groeien en irritatie veroorzaakt, kan vaak volstaan worden met eenvoudige maatregelen. De nagelrand kan wat worden opgehoogd door een wattenbolletje onder de nagel te schuiven en/of de huid regelmatig naar beneden te masseren. Dit kan gebeuren bij een pedicure of podoloog.
• Wanneer de mate van ingroei erger is en aanleiding geeft tot pijn, een ontsteking veroorzaakt met of zonder verdikking van de huid en wild vlees (hypergranulatie), dan is een versmalling van de nagelrand vaak aangewezen. Zo'n versmalling kan gebeuren door de nagelrand weg te knippen. Later groeit de nagel dan weer terug. Als de ontsteking tot rust is gekomen, kan geprobeerd worden met bovengenoemde eenvoudige maatregelen een hernieuwde ingroei te voorkomen.

• Ook kan de nagel blijvend versmald worden door niet alleen de nagelrand weg te knippen, maar ook de wortel van de nagel te versmallen. Dat stukje wortel van de nagel kan weg worden gesneden of gekrabd, of door middel van een etsende vloeistof (fenol) worden vernietigd.

• Soms kan, afhankelijk van de bevindingen van de arts, het nodig zijn de hele of halve nagel te verwijderden.

Deze operaties aan de teennagel worden ambulant of via dagziekenhuis uitgevoerd onder plaatselijke verdoving door middel van een tweetal verdovingsprikken aan de teenbasis. Uw arts zal met u overleggen welke behandeling in uw situatie het beste lijkt.

Postoperatieve behandeling

Het kan zijn dat u na de chirurgische behandeling napijn hebt. Afhankelijk van de aard van de ingreep zal de pijn licht of matig zijn. Met milde pijnstillers is dit ongemak meestal te bestrijden. Ook kan het hooghouden van de voet de pijn verlichten. Het verband zal na enkele dagen mogen worden vervangen door een kleiner verband. Dagelijks moet dan de wonde worden ontsmet, eventueel aangevuld met ontsmettende voetbadjes. Normaal stappen zal, afhankelijk van de pijn, meestal al weer na enkele (twee tot vijf) dagen mogelijk zijn.

 

Een ingreep aan de voet

Dag van de ingreep

Opname:

U wordt opgenomen op de dienst orthopedie. Een team waaronder orthopedist, hoofdverpleegkundige, verpleegkundigen, zorgkundigen en logistiek assistenten staat tot uw dienst voor de medische en verpleegkundige zorgen. Met eventuele vragen, opmerkingen of suggesties kan u steeds bij hen terecht.

Voor de operatie dienen er nog een aantal voorbereidingen te gebeuren:

  • anamneseformulier wordt door u samen met de verpleegkundige ingevuld

  • algemene informatie over de afdeling wordt gegeven door de verpleegkundige

  • met een alcoholstift wordt door de verpleegkundige de operatieplaats aangeduid

Wanneer u zich angstig of zenuwachtig voelt, vraag aan de verpleegkundige bij opname op de afdeling een kalmeertabletje, zodat u zich wat comfortabeler kan voorbereiden op de ingreep. Het tijdstip van operatie is afhankelijk van het operatieschema van die dag, waardoor het moeilijk is om u een exact uur door te geven. Bij het vertrek naar de operatiekamer zal u een operatieschortje en een mutsje aangedaan worden.

Ringen en andere juwelen kan u beter thuis laten, tandprothesen, lenzen en piercings dienen uitgedaan/verwijderd te worden. Nagellak is niet toegestaan en dient op voorhand te worden verwijderd.

Anesthesie:

In principe wordt de ingreep bij ons onder lokale verdoving (popliteus blok) uitgevoerd waar bij enkel het been wordt verdoofd, indien u toch te zenuwachtig zou zijn, kan er altijd iets kalmerend worden toegediend of krijgt u een algemene verdoving. Hiervoor zal u vroeger naar het operatiekwartier geroepen worden en na de lokale verdoving even moeten wachten op de ingreep om de verdoving de tijd te geven voldoende in te werken.

Ingreep:

Er wordt dus steeds 1 of een combinatie van technieken gebruikt. Tijdens de ingreep zal een knelband rond uw boven- of onderbeen worden aangelegd. De operatie gebeurt dus onder bloedleegte. Afhankelijk van de uitgevoerde procedure krijgt u een open gipsverband of een compressief verband onmiddellijk na de ingreep. Bij het gipsverband hoort een steunverbod de eerste 10 dagen, in het andere geval krijgt u een speciale schoen en mag u sneller starten met steunen en stappen. Na de ingreep verblijft u nog even in de uitslaapruimte waarna u in principe terug naar de afdeling wordt gebracht. De lokale verdoving zal tussen de 10 en 16 uur werken en geleidelijk verdwijnen. Ondertussen zal u reeds pijnstillers krijgen om de pijn op tijd te onderdrukken. Indien u toch nog teveel pijn ervaart, kan er nog steeds aanvullende pijnmedicatie gegeven worden. Op regelmatige tijdstippen zal de verpleegkundige uw bloeddruk, pols, temperatuur, en bloedcirculatie komen controleren. Er zal tevens een infuus geplaatst zijn in uw arm om u van de nodige vochttoediening en eventuele pijnmedicatie te voorzien. Leg uw been in hoogstand en zorg ervoor dat uw geopereerde voet en been in een rechte houding ligt.

Dag na de ingreep = dag van ontslag

U mag zich 's morgens zelf wassen met een waskom of aan de lavabo. Indien dit moeilijk is, vraag dan hulp. De wondzorg zal indien nodig door de verpleegkundige gedaan worden. Wanneer er geen problemen zijn mag het infuus verwijderd worden. Vandaag zal u gemobiliseerd worden. De kinesist zal u leren stappen met krukken. Als u een gipsverband heeft mag u niet steunen, met een gipsschoen mag u gedeeltelijk steunen. In principe mag u in de namiddag, na het bezoek van de behandelend arts het ziekenhuis verlaten. Denk eraan de nodige documenten o.a. attest voor werk, attest voor de mutualiteit,... klaar te leggen zodat hij deze kan invullen bij zijn bezoek. U dient terug te komen op consultatie 2 weken na ontslag. Voor deze consultatie zal de verpleegkundige u bij ontslag reeds de gemaakte afspraken meegeven. De verpleegkundige zal u ook een voorschrift voor thuisverpleging meegeven en een medicatievoorschrift. Thuis mag u nog verder paracetamol 1g tot 4x/dag nemen (om de 6 uur) en eventueel nog extra Ibuprofen 600 mg tot 3x/dag de eerste twee a drie dagen zo nodig. De gebruikte hechtdraad is bijna altijd resorbeerbaar, dirt wil zeggen dat de draad vanzelf verdwijnt na een tijdje en moet dus niet worden verwijderd. Belangrijk voor u zijn: dagelijks uw flebietspuitjes frequent ijs leggen en hoogstand van het been om zwellen van het onderbeen te voorkomen. Indien u ooit het verband zou veranderen, doe dit dan juist (of laat het door een deskundig iemand doen) want dit verband is belangrijk voor het herstel van de weke delen.

Complicaties

Zoals bij elke heelkundige ingreep kunnen dit zijn:

  • Infectie

  • Nabloeding

  • Thromboflebitis: om dit te voorkomen krijgt u spuitjes in de buik

Meer specifiek voor hallux valgus-ingrepen:

  • Recidief van de hallux valgus: dit is meestal een gevolg van een onvoldoende correctie tijdens de operatie of het dragen van verkeerd schoeisel na de ingreep

  • Hallux varus: de grote teen wijst nu weg van de kleine teen (naar binnen toe), dit is een gevolg van een overcorrectie

  • Verkorting van het middenvoetsbeentje van de grote teen, eventueel een dorsiflexie (dit is het naar boven buigen van de grote teen).

  • Zwelling van de voet: komt zeer vaak voor en zal meestal 2 tot 4 maanden aanhouden. Meestal neemt de zwelling door de dag wat toe.

  • Non-union: het niet aan elkaar groeien van het gecorrigeerde bot. Door te stoppen met roken verkleint u dit risico in belangrijke mate!

Het herstel

De duur van de revalidatie hangt in grote mate af of u al dan niet een gips gekregen hebt. Het gipsverband wordt aangelegd voor 3-6 weken, hierbij is er een steunverbod gedurende de eerste 10 dagen. Na 10 dagen wordt de gips verwijderd en krijgt u een loopgips. Vanaf dit moment mag u steunen (eerst gedeeltelijk, na een tijd opnieuw volledig). Na het verwijderen van het loopgips wordt er een controle-RX-foto genomen. Nadien raden wij u aan een open schoen of sportschoen te dragen. Indien u een speciale postoperatieve schoen heeft gekregen mag u reeds snel steunen, ook hier raden we na het weglaten van deze schoen open- of sportschoenen aan. Het is ook belangrijk om de beweeglijkheid van de teen te trainen. Vooral het naar boven bewegen van de grote teen (dit wil zeggen: het naar u toe bewegen = dorsiflexie) dient bijzondere aandacht te krijgen. Eenmaal de wonde genezen is en het gips af raden wij u dan ook aan om de beweeglijkheid van de tenen te oefenen in het water en dit 2 maal per dag. Ook warme en koude wisselbaden (dit is het afwisselend plaatsen van de voet in warm en koud water, telkens gedurende 1 minuut) kunnen nuttig zijn om zwelling te beperken. Toch moet u er rekening mee houden dat een zwelling van de voet gedurende de eerste 2-4 maanden niet abnormaal is. Na het verwijderen van het gips of verband mag u de voet hydrateren door het aanbrengen van een voetcrème of hydraterende crème één maal per dag (blauw pot van niveau). De huid wordt hierdoor terug soepel en de littekens mooier.

  1. Als u begint te stappen zonder gips of gipsschoen is het belangrijk de voet goed af te rollen. U komt neer op de hiel, dan brengt u het gewicht over naar de middenvoet en tenslotte rolt u de voorvoet volledig af en steunt dus op de tenen. Oefen dit gangpatroon blootvoets, met korte passen en met trage tred. Door de gipsimmobilisatie kan ook uw enkelgewricht verstijving vertonen. Achillespeesstretching en fietsen (hometrainer) kunnen dit oplossen.

  2. Soms is het aangewezen om kinesitherapie te volgen tijdens uw revalidatie. De kinesist kan extra lymfedrainage geven en het gecorrigeerde gewricht sneller mobiel maken.

  3. Tenslotte is het belangrijk om het litteken voldoende lang (8-12 maand) te beschermen tegen direct zonlicht.

Preventie diepe veneuze trombose

Na een operatie aan het onderste lidmaat is er steeds een verhoogd risico op het ontstaan van een diepe veneuze trombose. De relatieve immobilisatie en de operatie zorgen ervoor dat het bloed in een verhoogde staat is om bloedklonters te vormen. Dit  vooral ter hoogte van de aderen (venen) van de onderste ledematen. Wanneer er zich in de diepe aderen van het been een bloedklonter vormt ontstaat er een diepe veneuze trombose (DVT). Bij een diepe veneuze  trombose kan het bloed een stuk moeilijker terugvloeien naar het hart, en ontstaat er vrij snel een forse globale zwelling van het been. Dit gaat ook gepaard met pijn, roodheid en warmte. Wanneer u dergelijke symptomen vertoont na uw operatie, of tijdens uw gipsimmobilisatie: raadpleeg dadelijk uw arts. Als de diagnose bevestigd is wordt er medicatie opgestart om dit proces van klontervorming te stoppen.  Een DVT zal dan ook de revalidatie een stuk vertragen en moeilijker maken. Het is ook potentieel gevaarlijk voor hart en longen. Als de trombose loskomt kan die via het hart in de longen terechtkomen, en daar een longembool veroorzaken. In bepaalde omstandigheden kan een longembool fatale gevolgen hebben Preventie is dus héél belangrijk. Als u na uw operatie aangeraden werd om preventief medicatie te nemen hiervoor (spuitjes of pilletjes) en er witte steunkousen (TED-kousen) werden meegegeven: gelieve zorgvuldig deze richtlijnen op te volgen. Minstens even belangrijk in de preventie is bewegen en voldoende spiercontracties doen, zelfs bij een steunverbod op het been. De spierpomp van uw kuit is belangrijk om de terugvloei van het bloed naar uw hart te bevorderen. Uw kinesitherapeut zal u enkele oefeningen aanleren dewelke u meerdere malen per dag dient uit te voeren, vooral bij bedrust. In volgende filmpjes vind u hierover ook meer informatie.

Video: diepe veneuze trombose

Video: preventie diepe veneuze trombose