NL

Preventie trombose

Hoe ontstaat een trombose? 

Na een operatie aan het onderste lidmaat is er steeds een verhoogd risico op het ontstaan van een diepe veneuze trombose. De relatieve immobilisatie en de operatie zorgen ervoor dat het bloed in een verhoogde staat is om bloedklonters te vormen. Dit  vooral ter hoogte van de aderen (venen) van de onderste ledematen. Wanneer er zich in de diepe aderen van het been een bloedklonter vormt ontstaat er een diepe veneuze trombose (DVT). Bij een diepe veneuze  trombose kan het bloed een stuk moeilijker terugvloeien naar het hart, en ontstaat er vrij snel een forse globale zwelling van het been. Dit gaat ook gepaard met pijn, roodheid en warmte. Wanneer u dergelijke symptomen vertoont na uw operatie, of tijdens uw gipsimmobilisatie: raadpleeg dadelijk uw arts.

Als de diagnose bevestigd is, wordt er medicatie opgestart om dit proces van klontervorming te stoppen. Een DVT zal dan ook de revalidatie een stuk vertragen en moeilijker maken. Het is ook potentieel gevaarlijk voor hart en longen. Als de trombose loskomt kan die via het hart in de longen terechtkomen, en daar een longembool veroorzaken. In bepaalde omstandigheden kan een longembool fatale gevolgen hebben. Preventie is dus héél belangrijk. Als u na uw operatie aangeraden werd om preventief medicatie te nemen hiervoor (spuitjes of pilletjes) en er witte steunkousen (TED-kousen) werden meegegeven: gelieve zorgvuldig deze richtlijnen op te volgen. Minstens even belangrijk in de preventie is bewegen en voldoende spiercontracties doen, zelfs bij een steunverbod op het been. De spierpomp van uw kuit is belangrijk om de terugvloei van het bloed naar uw hart te bevorderen. Uw kinesitherapeut zal u enkele oefeningen aanleren dewelke u meerdere malen per dag dient uit te voeren, vooral bij bedrust. In volgende filmpjes vind u hierover ook meer informatie.

Video: diepe veneuze trombose              

 Video: preventie diepe veneuze trombose

 

Meer info over aandoeningen van de Knie